Nederland minder vergrijsd dan veel andere EU-landen
Nederland telt in 2011 bijna 16% 65-plussers en is hiermee minder vergrijsd dan veel andere landen in de (zie figuur 1). Dit heeft voor een deel te maken met het echo-effect van de babyboomgeneratie, de omvangrijke generatie die geboren is in de periode 1946-1970. Vrouwen van deze generatie hebben in de jaren zeventig in absolute zin weer veel nakomelingen gekregen. Sinds halverwege de jaren zeventig worden per vrouw echter minder kinderen geboren in Nederland. In de EU-27 als geheel is 17% van de bevolking 65 jaar of ouder (vergeleken met 9% in 1960). Landen met het grootste percentage 65-plussers zijn Duitsland en Italië (ruim 20%). De kleinste percentages zijn te vinden in Ierland en Slowakije (rond de 12%) (, 2011). De verschillen in vergrijzing tussen Europese landen komen vooral door verschillen in geboortecijfers en in veel mindere mate door verschillen in migratie ().
Zie ook:
Vergrijzing: Wat is de huidige situatie?
Percentage ouderen zal naar verwachting blijven stijgen
De bevolking van de EU-27 zal blijven vergrijzen, met het aandeel 65-plussers toenemend van 17% tot 30% in 2060 (, 2011; zie ook: ). De Nederlandse bevolking zal in 2060 voor ruim 27% uit 65-plussers bestaan. Het aandeel van de bevolking dat 65 jaar of ouder is, zal variëren van ongeveer een kwart in Ierland, België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken tot 35% in Polen, Letland en Roemenië (, 2011).
Naar verwachting zal ook het aandeel 80-plussers in de EU-bevolking blijven stijgen, van bijna 5% in 2010 tot 12% in 2060. In sommige landen, waaronder Nederland, wordt volgens de projecties van Eurostat rond 2053 een maximum bereikt (zie figuur 2). Het aantal 80-plussers in Nederland zal op dat moment bijna 2 miljoen zijn, vergeleken met 648.000 in 2010. In 2060 zal 11% van de Nederlanders 80-plus zijn, vergeleken met 4% in 2010 (, 2011).
De bevolkingsprognoses in deze internationale vergelijking zijn afkomstig van de EUROPOP2010 bevolkingsprognoses van Eurostat (). De cijfers voor Nederland kunnen daarom verschillen van de cijfers afkomstig van de die gebruikt zijn in het document
Wat zijn de belangrijkste verwachtingen voor de toekomst?
Dubbele vergrijzing in Nederland gemiddeld
In 2010 was in Nederland 26% van de 65-plussers ouder dan 80 jaar. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde van de EU-27 (27%) (, 2011 gegevens bewerkt door RIVM; ). In 1980 was 19% van de Nederlandse 65-plussers ook 80-plusser. Deze zogenoemde dubbele vergrijzing (de toename van het aandeel 80-plussers binnen de groep mensen van 65 jaar en ouder) is het hoogst in Frankrijk. Van alle 65-plussers in Frankrijk was in 2010 32% ook ouder dan 80 jaar, vergeleken met 20% in 1980. In Roemenië is deze dubbele vergrijzing het laagst, hier nam het percentage 80-plussers binnen de groep 65-plus toe van 12% in 1980 tot 21% in 2010 (, 2011 gegevens bewerkt door RIVM). In landen waar de (dubbele) vergrijzing het minst hard toeslaat, is over het algemeen ook de levensverwachting het laagst.
Aandeel vrouwen onder 80-plussers in Nederland gemiddeld
In de EU-27 is onder de 80-plussers het aandeel vrouwen groter dan het aandeel mannen. Nederland telt in deze oudste categorie 66% vrouwen, dit is gelijk aan het EU-27 gemiddelde (, 2011). Letland, Estland en Litouwen zijn de landen met het grootste percentage vrouwen in de bevolking van 80 jaar en ouder, tussen de 74% en 77%. Dit relatief grote aantal vrouwen komt door de hoge vroegtijdige sterfte onder mannen in deze landen. De levensverwachting van mannen in Letland en Litouwen is met 68 jaar de laagste van de Europese Unie en de verschillen met de levensverwachting van vrouwen in die landen zijn groot. Ook in Duitsland is het aandeel vrouwen onder de 80-plussers relatief groot (68%). Dit komt door het grote aantal mannen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog is overleden. In Griekenland, Cyprus en Zweden ligt het aantal vrouwen per 100 mannen het laagst. In Griekenland is 57% van de 80-plussers vrouw (, 2011).
Grijze druk lager in Nederland dan in andere EU-landen
Een andere maat voor de vergrijzing is de grijze druk, ofwel de old-age dependency ratio. Dit is de verhouding van het aantal mensen van 65 jaar en ouder en de potentiële beroepsbevolking. Bij internationale vergelijkingen wordt bij potentiële beroepsbevolking uitgegaan van 15 tot en met 64 jaar; dit is anders dan in Nederland, waar 20-64 jaar wordt aangehouden. De old-age-dependency ratio voor Nederland is lager dan het EU-27 gemiddelde, respectievelijk 23% en 26% (, 2011). De grijze druk is met 31% het hoogst in Italië en Duitsland en het laagst in Ierland en Slowakije (beide 17%). De grijze druk is net als in Nederland in de meeste EU-27 landen de afgelopen 30 jaar toegenomen (zie figuur 3), behalve in Tsjechië, Ierland, Luxemburg en Slowakije.