Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Vergrijzing
Heden, verleden en toekomst

Vergrijzing: Wat is de huidige situatie?

Samenstelling Huwelijkse staat Woonvorm

Samenstelling

2,6 miljoen ouderen in 2011

De bevolking van Nederland is geleidelijk aan het vergrijzen. Vergrijzing houdt in dat het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt (zie Interne link naar documentWat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het verleden?). Op 1 januari 2011 telde Nederland 2,6 miljoen ouderen (personen van 65 jaar en ouder). Dit komt neer op 16% van de totale bevolking (in 1900 betrof het 6%). Daarnaast is sprake van 'dubbele vergrijzing'. Dit houdt in dat binnen de groep 65-plussers het deel 80-plussers toeneemt. Op 1 januari 2011 waren er 668.000 mensen van 80 jaar en ouder, wat neerkomt op 4% van de bevolking. Van de 65-plussers was 26% ouder dan 80 jaar (in 1900 was dat 11%).

Meer oude vrouwen dan oude mannen

Van alle 65-plussers was op 1 januari 2011 ruim 1,1 miljoen man (44%) en 1,5 miljoen vrouw (56%). Onder de 80-plussers was zelfs 66% vrouw. De oudere bevolking is dus ongelijkmatig samengesteld naar geslacht: hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner het aandeel mannen in de bevolking (zie figuur 1). Dit hangt direct samen met verschillen in sterftekansen naar geslacht: op alle leeftijden hebben mannen een hogere sterftekans dan vrouwen (zie ook Interne link naar documentSterfte). In de toekomst zullen deze scheve geslachtsverhoudingen wel minder scheef worden vanaf 70-jarige leeftijd, omdat het verschil in levenverwachting tussen mannen en vrouwen kleiner zal worden (Garssen, 2011).

Van de 65-plussers is drie procent niet-westers allochtoon

Van alle 65-plussers is 3% niet-westers allochtoon. Terwijl onder de autochtone bevolking bijna 1 op de 6 mensen ouder is dan 65 jaar (17%), is dat onder de niet-westers allochtone bevolking 1 op de 24 mensen (4%). In de toekomst zal de groep ouderen onder de allochtone bevolking sterk stijgen (zie ook: Interne link naar documentWat zijn de belangrijkste verwachtingen voor de toekomst?). Omdat de niet-westers allochtone bevolking gemiddeld jonger is, remmen zij enigszins de vergrijzing (Garssen, 2011; Garssen & Van Duin, 2009).

Grijze druk van 26 procent

Op 1 januari 2011 was de grijze druk in Nederland 26%. De mate van vergrijzing kan worden uitgedrukt in de grijze druk: de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot en met 64 jaar. De groep 20-64-jarigen valt voor een groot deel samen met de (potentiële) beroepsbevolking, die de lasten van de vergrijzing moet opvangen. Een grijze druk van 26 geeft aan dat er bijna 26 65-plussers zijn op elke 100 potentiële arbeidskrachten.

Figuur 1: Aandeel mannen en vrouwen in de oudere bevolking (personen vanaf 65 jaar) naar leeftijd, 1 januari 2011 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Aandeel mannen en vrouwen in de oudere bevolking (personen vanaf 65 jaar) naar leeftijd, 1 januari 2011

Naar boven


Huwelijkse staat

Oudere mannen gehuwd, oudere vrouwen verweduwd

De hulpbehoevendheid van ouderen hangt sterk samen met de leeftijd en met het ontbreken van een partner. Binnen de groep van 65-plussers was op 1 januari 2011 het merendeel van de mannen (75%) gehuwd (zie figuur 2). Het aandeel gehuwden onder vrouwen was een stuk kleiner (46%) en vanaf 78 jaar was het aandeel weduwen groter dan het aandeel gehuwden (zie figuur 3). Dit komt doordat een man binnen een huwelijk vaak als eerste overlijdt. Daarvoor zijn twee redenen: mannen hebben een hogere sterftekans dan vrouwen en mannen zijn bovendien meestal met een iets jongere vrouw getrouwd.

Zie ook:

Figuur 2: Mannen naar leeftijd en burgerlijke staat a, 1 januari 2011 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Mannen naar leeftijd en burgerlijke staat, 1 januari 2011

a Gehuwd is inclusief 'geregistreerd partnerschap'.

Figuur 3: Vrouwen naar leeftijd en burgerlijke staat a, 1 januari 2011 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Vrouwen naar leeftijd en burgerlijke staat, 1 januari 2011

a Gehuwd is inclusief 'geregistreerd partnerschap'.

Naar boven


Woonvorm

Ruim 4 procent van de 65-plussers woont in een verzorgings- of verpleeghuis

Op 1 januari 2010 woonden ruim 112.000 personen van 65 jaar en ouder in een verzorgingshuis of verpleeghuis (zie figuur 4). Van alle 65-plussers woonde daarmee ruim 4% in een verzorgingshuis of een verpleeghuis en van de 80-plussers was dat 14%. Vrouwen vormen de ruime meerderheid, vooral in de hoogste leeftijdscategorieën. Een klein aandeel van de 65-plussers woonde in een andere instelling, zoals een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting voor verstandelijke gehandicapten. In totaal woonde het overgrote deel van de 65-plussers (95%) thuis. Van de 80-plussers woonde in 2010 zes op de zeven nog zelfstandig (Garssen & Harmsen, 2011).

Zie ook:

Figuur 4: Ouderen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen naar leeftijd en geslacht, 1 januari 2010 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Ouderen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen naar leeftijd en geslacht, 1 januari 2010

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Garssen J, Duin C van.Allochtonenprognose 2008-2050: naar 5 miljoen allochtonen, CBS Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2009. Den Haag/Heerlen: CBS, 2009.
  • Garssen J, Harmsen C.Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
  • Garssen J.Demografie van de vergrijzing. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.