Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bevolking
Heden, verleden en toekomst

Bevolking: Wat zijn de belangrijkste verwachtingen voor de toekomst?

Bevolkingsomvang Leeftijdsopbouw bevolking

In dit document zijn prognoses en scenario's beschreven voor de toekomstige ontwikkeling van de bevolkingsomvang en de leeftijdsopbouw van de bevolking.


Bevolkingsomvang

Prognose: bevolkingsgroei tot 2040, daarna krimp

Nederland heeft nog enige tijd te maken met bevolkingsgroei. Volgens de CBS Bevolkingsprognose uit 2010 groeit de bevolking tot 2040 tot een omvang van ruim 17,8 miljoen inwoners (zie figuur 1). Daarna zal de bevolking gaan krimpen. Vanaf 2040 kan namelijk het positieve migratiesaldo (aantal immigranten minus aantal emigranten) het negatieve geboorteoverschot (aantal levendgeborenen minus aantal overledenen) niet meer compenseren. Daardoor slaat de bevolkingsgroei om in krimp. De krimp is echter gering, omdat het aantal sterfgevallen afneemt en het aantal geboorten weer stijgt vanwege eerdere geboortegolven (Van Duin & Garssen, 2011). In 2060 heeft Nederland 17,8 miljoen inwoners.

Zie ook: Interne link naar documentOnzekerheden in de prognose van bevolkingsomvang en leeftijdsopbouw.

Scenario: Grote bevolkingsgroei in Competitieve wereld en bij Mondiale solidariteit

Naast de CBS Bevolkingsprognose, die de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling beschrijft, zijn in 2004 met een aanvulling in 2009, vier scenario's gepubliceerd die alternatieve toekomsten beschrijven (De Jong & Hilderink, 2004; De Jong, 2008). Volgens de vier scenario's kan Nederland zowel sterk groeien als sterk krimpen (zie figuur 2). In het scenario Competitieve wereld en Mondiale solidariteit treedt er geen bevolkingskrimp op tot 2100 en groeit de bevolking tot respectievelijk 23,5 miljoen en 21,3 miljoen. In de Zorgzame regio en Veilige regio treedt er bevolkingskrimp op; na ongeveer 2035 bij het scenario Veilige regio en na ongeveer 2020 bij het scenario Zorgzame regio (De Jong, 2008).

Zie voor uitleg over prognoses en scenario's: Interne link naar documentAchtergronddocument over prognoses en scenario's.

Figuur 1: Bevolkingsomvang, 1950-2010 en prognose van de bevolkingsomvang, 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Bevolkingsomvang, 1950-2010 en prognose van de bevolkingsomvang, 2011-2060

Figuur 2: Ontwikkeling van de bevolkingsomvang volgens de vier scenario’s, 2000-2100 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; De Jong & Hilderink, 2004; De Jong, 2008).

Bevolkingsomvang vier scenario's 2000-2100

Leeftijdsopbouw bevolking

Prognose: aandeel ouderen blijft toenemen

In de komende decennia zal het aandeel 65-plussers in versnelde mate stijgen, omdat vanaf 2011 de eerste leden van de babyboomgeneratie 65 jaar oud geworden zijn. Vanaf 2025 zal vervolgens ook het aandeel 80-plussers binnen de groep 65-plussers sterk toenemen (de dubbele vergrijzing). Op het hoogtepunt, rond 2040, zijn ruim 4,6 miljoen Nederlanders 65 jaar of ouder, 26% van de bevolking (zie figuur 3). Daarvan is dan een derde 80-plusser. Na 2040 neemt het aandeel 65-plussers in de bevolking weer iets af, hoewel het aandeel 80-plussers nog wel blijft stijgen. In 2060 is naar verwachting 25% van de bevolking 65 jaar of ouder, waarvan 39% een 80-plusser is (zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpVergrijzing).

Prognose: nog een kleine afname 0-19-jarigen

Het aandeel jongeren in de bevolking zal nog iets afnemen, maar niet meer in die mate als in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In 2011 was 24% van de bevolking in de leeftijd van 0 tot en met 19 jaar. Dit aandeel zal geleidelijk afnemen tot 21% in 2025 en tot 2060 blijft het aandeel vrijwel stabiel tussen 21 en 22% (zie figuur 3).

Prognose: beroepsbevolking krimpt door uitstroom ouderen

Tussen 2011 en 2040 zal de potentiële beroepsbevolking, de bevolking tussen 20 en 65 jaar, afnemen (zie figuur 3). Dit komt doordat vanaf 2011 de eerste babyboomers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, met als gevolg een sterke uitstroom van ouderen. Het aandeel 20-64-jarigen daalt van 61% in 2010 tot 53% in 2040; een afname van ruim driekwart miljoen personen. Tussen 2040 en 2055 neemt de potentiële beroepsbevolking weer licht toe tot 54%. Als de pensioenleeftijd zou stijgen naar 66 jaar of 67 jaar, dan is de krimp van de beroepsbevolking tot 2040 minder; de krimp is dan respectievelijk 0,6 en 0,4 miljoen in plaats van de 0,8 miljoen (CBS, 2010j). Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpVergrijzing met informatie over ontwikkelingen in de grijze druk.

Prognose: minder scheve man-vrouw verhouding onder ouderen

Het aantal oudere mannen zal naar verwachting sterker stijgen dan het aantal oudere vrouwen. Oorzaak is dat de huidige verschillen in levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de toekomst nog kleiner worden. De vrouwen zijn oververtegenwoordigd binnen de groep 80-plussers (66% tegenover 34% mannen in 2011). In 2025 is deze man-vrouw verhouding minder scheef geworden; onder de 80-jarigen zijn er dan 59% vrouwen en 41% mannen (Wobma, 2011). Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpSterfte en Icoon interne verwijzing naar onderwerpLevensverwachting.

Scenario: in Competitieve wereld minste groei aandeel 65-plussers

Naast de CBS Bevolkingsprognose, die de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling beschrijft, zijn in 2004 met een aanvulling in 2009, vier scenario's gepubliceerd die alternatieve toekomsten beschrijven (zie: Interne link naar documentAchtergronden bij prognoses en scenario's). In het scenario Competitieve wereld zal het aandeel 65-plussers het minst snel groeien (zie figuur 4). Vergrijzing wordt in dit scenario als een economisch probleem gezien, omdat er krapte op de arbeidsmarkt ontstaat en de pensioenkosten stijgen. Hierdoor wordt arbeidsmigratie nodig geacht, vooral uit de nieuwe landen van de EU-27, zodat het aandeel ouderen daalt (De Jong & Hilderink, 2004). In het scenario Zorgzame regio stijgt het aandeel 65-plussers het meest. De scenario's Mondiale solidariteit en Veilige regio hebben een aandeel 65-plussers dat tussen de twee eerstgenoemde scenario's in ligt.

Zie ook:

Figuur 3: Aandeel 65-plussers, 0-19-jarigen en 20-64-jarigen in de totale bevolking, 1950-2010 en prognose 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Aandeel 65-plussers, 0-19-jarigen en 20-64-jarigen in de totale bevolking, 1950-2010 en prognose 2011-2060

Figuur 4: Ontwikkeling van het percentage personen van 65 jaar en ouder, volgens de vier scenario’s, 2000-2100 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; De Jong & Hilderink, 2004, De Jong, 2008).

Aandeel 65-plussers vier scenario's 2000-2100
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Tempo vergrijzing loopt op. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2010j.
  • Duin C van, Garssen J.Bevolkingsprognose 2010-2060: sterkere vergrijzing, langere levensduur. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
  • Jong A de.Vier scenario's voor de zeer lange termijn. CBS Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2008. Den Haag/Heerlen: CBS, 2008.
  • Jong AH de, Hilderink HBM.Lange-termijn bevolkingsscenario’s voor Nederland. Voorburg/Bilthoven: CBS/RIVM, 2004.
  • Wobma E.Mannen en vrouwen in Nederland. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.

Begrippen en afkortingen

Definities

Bevolkingsgroei
De bevolkingsgroei bestaat uit vier componenten: geboorte, sterfte, immigratie en emigratie. Op het niveau van provincies en gemeenten spelen ook binnenlandse verhuizingen een rol.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.