Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Sterfte
Omvang van het probleem

Sterfte: Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen in het verleden?

Absolute en gestandaardiseerde sterfte Sterfte naar leeftijd

Absolute en gestandaardiseerde sterfte

Absolute sterfte licht gestegen in de periode 2007-2010

Tussen 2007 en 2010 is de absolute sterfte licht gestegen van 133.000 in 2007 naar 136.100 in 2010. Tussen 2002 en 2007 is het absolute aantal sterfgevallen van jaar op jaar gedaald (142.400 in 2002 naar 133.000 in 2007), ondanks een gemiddeld steeds oudere bevolking. Een dergelijke reeks is de afgelopen honderd jaar niet eerder voorgekomen. De daling van het aantal sterfgevallen tussen 2002 en 2007 heeft meerdere oorzaken. Zo is de sterfte door extreem hoge en lage temperaturen in de betreffende periode gering geweest. Ook hebben zich geen grote griepgolven voorgedaan waardoor de sterfte onder ouderen relatief laag is gebleven. Door een griepgolf neemt de sterfte aan hart- en vaatziekten en ziekten van de ademhalingsorganen vaak toe onder ouderen (Garssen & Hoogenboezem, 2007b).

Bijna twee keer zoveel sterfgevallen in 2002 als in 1950

Tussen 1950 en 2002 is het absolute jaarlijks aantal sterfgevallen vrijwel verdubbeld van 75.900 naar 142.400. Het aantal sterfgevallen onder vrouwen steeg het hardst in de periode 1980-2002 en voor mannen in de periode 1950-1970 (zie figuur 1). De stijging in het absolute aantal sterfgevallen hangt samen met de stijging in de bevolkingsomvang en de vergrijzing van de Nederlandse bevolking (relatief meer ouderen).

Zie ook:

Sinds 1997 overlijden er jaarlijks meer vrouwen dan mannen

Sinds 1997 overlijden er per jaar meer vrouwen dan mannen (zie figuur 1). Daarvoor was dat omgekeerd. Dit komt mede doordat de levensverwachting voor mannen sinds 1980 meer is gestegen dan voor vrouwen.

Zie ook: Interne link naar documentNeemt de levensverwachting toe of af?

Figuur 1: Absolute sterfte in de periode 1950-2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Absolute sterfte naar geslacht (1950-2010)

Gestandaardiseerde sterfte onder vrouwen gehalveerd

De gestandaardiseerde sterfte, waarbij rekening is gehouden met de effecten van bevolkingsgroei en vergrijzing, is tussen 1950 en 2010 gedaald. De daling over de hele periode was groter voor vrouwen dan voor mannen: de sterfte daalde onder vrouwen met 54%, onder mannen met 43%. De daling onder vrouwen vond vooral plaats in de periode 1950-1980 en 2002-2010. Voor mannen vond de daling vooral plaats in de periode 1975-2010 (zie figuur 2).

Figuur 2: Gestandaardiseerde sterfte in de periode 1950-2010. Cijfers zijn gestandaardiseerd naar de bevolking van 1990 en geïndexeerd (100 is sterfte in 1950) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM).

Trend in gestandaardiseerde sterfte naar geslacht (1950-2010)

Sterfte naar leeftijd

Sterkste sterftedaling voor jongeren van 0-14 jaar

Er blijken grote verschillen in de trend in gestandaardiseerde sterfte te bestaan tussen de verschillende leeftijdscategorieën. Onder 0- tot 14-jarigen vond de sterkste daling plaats die nog net iets groter was dan onder 15-24-jarigen. Voor 0-14-jarigen daalde de sterfte tussen 1970 en 2010 voor jongens met 75% en voor meisjes met 70%. Ook voor alle andere leeftijdsklassen is de sterfte sterk gedaald maar vooral voor personen van 25 jaar en ouder was de daling minder groot (zie figuur 3).

Sterfte onder nul-jarigen met 85% gedaald sinds 1950

De sterfte per 100.000 onder nul-jarigen is voor jongens met 86% gedaald en voor meisjes met 84% in de periode 1950-2010 (zie figuur 4). De daling vond gedurende de hele periode plaats en de relatieve sterfte was voor alle jaren onder jongens groter dan onder meisjes. Aangezien de sterfte in de leeftijdsklasse 0-14 jarigen voor meer dan tweederde plaatsvindt bij de nul-jarigen is de trend onder nul-jarigen vrijwel gelijk aan de 0-14 jarigen (zie figuur 3). Voor meer informatie over sterfte rond de geboorte zie: Sterfte rond de geboorte.

Trend voor personen van 25 jaar en ouder verschilt per geslacht

Als we kijken naar de trend in de sterfte voor personen van 25 jaar en ouder zien we voor mannen en vrouwen een verschillend patroon. Voor de mannen van 25 jaar en ouder zien we in de jaren zeventig slechts een geringe daling maar de sterfte neemt in de periode 1980-2010 wel sterk af. Alleen voor personen van 75 jaar en ouder zette de daling pas in de jaren tachtig in. Voor vrouwen van 25 jaar en ouder zien we een sterke daling in de jaren zeventig en vanaf het jaar 2000 maar in de jaren tachtig en negentig was de daling gering.

Zie ook: Interne link naar documentWaaraan overlijden mensen in Nederland?

Figuur 3: Gestandaardiseerde sterfte naar leeftijdscategorie, 1970-2010. Cijfers zijn gestandaardiseerd naar de bevolking van 1990 en geïndexeerd (sterfte in 1970 is 100) (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het RIVM).

Trends in gestandaardiseerde sterfte naar leeftijd voor mannen (1970-2010) Trends in gestandaardiseerde sterfte naar leeftijd voor vrouwen (1970-2010)

Figuur 4: Sterfte onder nul-jarigen (sterfte per 100.000) naar geslacht, 1950-2010 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

Sterfte onder nuljarigen naar geslacht (1950-2010)

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Garssen J, Hoogenboezem J.Aantal sterfgevallen blijft dalen. CBS Webmagazine, 10 september 2007. Voorburg/Heerlen: CBS, 2007b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Bilthoven. Email: info@rivm.nl, URL: http://www.rivm.nl

Definities

Standaardisatie
Het vergelijkbaar maken van cijfers (bijvoorbeeld sterftecijfers) die betrekking hebben op verschillende jaren of populaties, door rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld leeftijdsverdeling. Een veel gebruikte methode is zogenaamde 'directe standaardisatie', die de leeftijdsspecifieke cijfers van een populatie (de 'indexpopulatie') toepast op de leeftijdsverdeling van een gekozen 'standaardpopulatie'.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.