Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Scholing en opleiding
Heden, verleden en toekomst

Scholing en opleiding: Wat is de huidige situatie?

Bij de beschrijving van het opleidingsniveau van de bevolking is uitgegaan van de totale bevolking van 25-64 jaar en gebruikgemaakt van CBS-gegevens. Mensen vanaf 65 jaar zijn niet meegenomen, omdat gegevens hierover ontbreken. Mensen onder 25 jaar zijn vaak nog bezig met een opleiding. Daarom zijn deze personen ook niet meegenomen bij de presentatie van het opleidingsniveau.

Een derde van de bevolking hoogopgeleid

In 2009 had 32% van de totale bevolking van 25-64 jaar een hoge opleiding afgerond, dat wil zeggen een opleiding op het niveau van hbo of universiteit. Daarmee was een derde van de bevolking hoogopgeleid. 41% van de bevolking was middelbaar opgeleid (mensen met een opleiding op het niveau van havo-, vwo- of mbo) (CBS StatLine, 2010). In 2009 bestond 27% van de bevolking van 25-64 jaar uit laagopgeleiden (mensen met een opleiding op het niveau van basisonderwijs, lbo of mavo (het huidige vmbo-niveau)). Het deel van deze groep met alleen de lagere school als hoogst voltooide opleiding vormt 8% van de totale bevolking.

Overigens wijkt de hier gebruikte opleidingsindeling van het CBS enigszins af van de in het Kompas gebruikelijke opleidingsindeling. Zie voor meer informatie hierover: Interne link naar documentIndeling opleidingsniveau.

Jonge mensen zijn hoger opgeleid dan ouderen

Jonge mensen hebben gemiddeld een hoger opleidingsniveau dan ouderen. In 2009 had 4% van de mensen van 25-34 jaar de lagere school als hoogst behaalde opleiding en 39% had een hoge opleiding (hbo of universiteit). Ter vergelijking: van de mensen van 55-64 jaar had bijna 13% de lagere school als hoogste opleiding en 26% was hoog opgeleid (zie figuur 1). Vooral onder vrouwen van 55-64 jaar is de lagere school het hoogst bereikte opleidingsniveau (bijna 15% van de vrouwen tegenover 11% van de mannen in deze leeftijdsgroep).

Jonge vrouwen hoger opgeleid dan jonge mannen

Jonge vrouwen tussen de 25 en 34 jaar zijn gemiddeld hoger opgeleid dan jonge mannen. Van de vrouwen in deze leeftijdsgroep had 42% een hoge opleiding in 2009 tegenover 36% van de mannen. Onder mensen van 55-64 jaar is er nog een groot verschil in opleidingsniveau tussen mannen en vrouwen; 16% van de vrouwen is hoogopgeleid tegenover 31% van de mannen (CBS StatLine, 2010). In de totale bevolking van 25-64 jaar was in 2009 het aandeel hoogopgeleide mannen groter dan het aandeel hoogopgeleide vrouwen (respectievelijk 34% en 30%).

Bijna 1 op de 10 scholen heeft meer allochtone dan autochtone leerlingen

In het schooljaar 2008/2009 had 8% van de scholen in het basis- en voortgezet onderwijs meer dan 50% niet-westerse allochtone leerlingen. Vooral in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) zijn veel zogenaamde ‘gekleurde scholen’, dit zijn scholen met meer dan 50% niet-westerse allochtone leerlingen. In 2008/2009 was in de vier grote steden 45% van de scholen een gekleurde school. Een vierde van de scholen in de vier grote steden heeft meer dan 80% niet-westerse allochtone leerlingen (CBS StatLine, 2010).

Figuur 1: Opleidingsniveau van de totale bevolking van 25 tot en met 64 jaar naar leeftijdsklasse, 2009 (CBS StatLine, 2010).

Opleidingsniveau naar leeftijdsklasse, 2006

a Het CBS rekent hiertoe ook mbo-1 (assistentenopleiding) en avo-onderbouw (de eerste drie jaar van havo en vwo).

b Het CBS rekent hiertoe ook mbo-2-4 (basisberoepsopleiding, vakopleiding, specialistenopleiding en middenkaderopleiding).

9% van de 15- tot 25-jarigen heeft te lage opleiding voor arbeidsmarkt

In 2009 had 9% van de 15- tot 25-jarigen geen startkwalificatie, ofwel een afgeronde beroepsopleiding op mbo-2-niveau of een havo/vwo-diploma (CBS StatLine, 2010). Dit minimale opleidingsniveau is nodig om kans te maken op duurzaam werk. In 2009 was 12% van de personen van 15 tot 25 jaar zonder startkwalificatie werkloos. Onder degenen met startkwalificatie lag de werkloosheid met 7% ongeveer twee keer lager (CBS StatLine, 2010).

1 op de 10 18- tot 25-jarigen is voortijdig schoolverlater

Van de 18- tot 25-jarigen is 11% voortijdig schoolverlater. Dit zijn personen die het onderwijs verlaten hebben en niet in het bezit zijn van een startkwalificatie. De kans op schooluitval is groter onder niet-westerse allochtone leerlingen, leerlingen uit eenoudergezinnen, kinderen van laagopgeleide ouders en kinderen uit lage inkomensgroepen (SCP, 2001c; Herweijer, 2008). Ook vallen jongens vaker uit dan meisjes. De meeste uitval treedt op bij leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Daarna volgen leerlingen uit het voortgezet onderwijs en ten slotte leerlingen die wél het vmbo afgemaakt hebben maar niet doorgaan met een vervolgopleiding (Herweijer, 2008).

Capaciteiten bepalen onderwijskansen en daarmee kansen op werk

Ongelijke onderwijskansen zijn tegenwoordig meer het gevolg van verschillen in prestaties en individuele capaciteiten geworden, terwijl in het verleden vooral milieu van herkomst van belang was. Vooral leerlingen met minder capaciteiten verlaten de school zonder diploma en hebben daardoor minder kansen op werk (SCP, 1998). Een diploma of een startkwalificatie vergroot de kans op het vinden van werk. Zodoende leiden ongelijke onderwijskansen vervolgens tot ongelijke kansen op de arbeidsmarkt.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Herweijer L.Gestruikeld voor de start. De school verlaten zonder startkwalificatie. Den Haag: SCP, 2008.
  • SCP, Sociaal en Cultureel Planbureau.Onderwijs (hoofdstuk 4). Sociaal en Cultureel Rapport 1998. Rijswijk: SCP, 1998: 559-619.
  • SCP, Sociaal en Cultureel Planbureau.De sociale staat van Nederland 2001. Den Haag: SCP, 2001c.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
havo
Hoger algemeen voortgezet onderwijs
hbo
Hoger beroepsonderwijs
mbo
Middelbaar beroepsonderwijs
vwo
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

Definities

Niet-westerse allochtonen
Personen met een vader en/of moeder geboren in Afrika, Latijns-Amerika of Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.
Startkwalificatie
Een schoolverlater zonder startkwalificatie is iemand die wel een diploma heeft maar geen startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie staat gelijk aan een diploma in het secundair beroepsonderwijs (bol of bbl) op minimaal niveau 2 of een havo- of vwo-diploma.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.