Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bevolking
Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor de toekomst?

Bevolking: Onzekerheden prognoses bevolking

Bevolkingsomvang Leeftijdsopbouw bevolking

Dit document toont de onzekerheden in de prognose van de bevolkingsomvang en leeftijdsopbouw tot 2060. De onzekerheden zijn weergegeven in prognose-intervallen van 67% en 95% zekerheid. Ze tonen de kans (67% of 95%) dat op een bepaald moment de ontwikkeling binnen de aangegeven marges zal zijn (zie de marges binnen de paarse of groene lijnen in onderstaande figuren). De prognose-intervallen geven een beeld van de onzekerheden van de prognose aan de hand van een kansverdeling van de toekomstige ontwikkelingen. De data zijn afkomstig uit de 'CBS-Bevolkingsprognose 2010-2060'.


Bevolkingsomvang

Onzekerheden prognose bevolkingsomvang

Figuur 1 toont de prognose en de prognose-intervallen van de bevolkingsomvang voor de periode 2010-2060. De onzekerheidsmarge van de prognose neemt toe met de lengte van de prognoseperiode. Voor 2015 is de prognose dat Nederland 16,9 miljoen inwoners telt. De kans is 67% dat dit getal tussen de 16,8 en 17,0 miljoen inwoners ligt. Voor 2060 is de marge beduidend groter. De prognose van 17,7 miljoen inwoners in 2060 heeft voor het 67%-prognose-interval als ondergrens 15,9 en als bovengrens 19,4 miljoen inwoners.

De ondergrens van het prognose-interval laat overigens zien dat, hoewel een stijging van de bevolkingsomvang tot 2040 waarschijnlijk wordt geacht, het niet kan worden uitgesloten dat de bevolkingsomvang al tien jaar eerder afneemt (rond 2030). Regionaal is er overigens al vanaf 2002 bevolkingskrimp in de provincie Limburg.

Zie ook: Interne link naar documentBevolking: Zijn er in Nederland verschillen naar regio? 

Figuur 1: Bevolkingsomvang, 1950-2010 en prognose bevolkingsomvang met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Bevolkingsomvang, 1950-2010 en prognose bevolkingsomvang met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060

Leeftijdsopbouw bevolking

Onzekerheden prognose 65-plussers

Figuur 2 toont de prognose en de prognose-intervallen voor het aantal 65-plussers. De onzekerheidsmarge van de prognose neemt toe met de lengte van de prognoseperiode. Voor 2020 is de prognose dat 3,4 miljoen van de bevolking in Nederland 65 jaar of ouder is. De kans is 67% dat dit aantal tussen de 3,3 en 3,5 miljoen ligt. Voor 2060 is deze marge groter. De prognose van 4,4 miljoen 65-plussers heeft voor het 67%-prognose-interval als ondergrens 3,9 miljoen en als bovengrens 4,9 miljoen. Het feit dat zelfs de ondergrens van het 95%-prognose-interval een stijging laat zien, betekent dat de toename van het aantal 65-plussers als een zekerheid kan worden beschouwd. Er is alleen enige onzekerheid over de snelheid waarmee het aantal 65-plussers zal toenemen.

Onzekerheden prognose jongeren (0-19 jaar)

Volgens de prognose daalt het aantal jongeren tot 2025 licht en blijft het aantal daarna redelijk stabiel. De onzekerheid hierover neemt echter wel toe met de tijd. Zie figuur 3: binnen het 67%- en 95%-prognose-interval is zowel een redelijke stijging als daling mogelijk. In 2015 is de prognose van het aantal jongeren 3,9 miljoen. De kans is 67% dat het aantal dan ligt tussen 3,8 en 3,9. In 2060 is de prognose 3,8 en is de 67%-onzekerheidsmarge groter; de kans is dan 2 op 3 (67%) dat het aantal ligt tussen 3,1 en 4,4 miljoen.

Onzekerheden prognose 20-64-jarigen

Het is redelijk zeker (67%) dat het aantal 20-64-jarigen zal afnemen tot ongeveer 2040. Het gehele 67%-prognose-interval laat namelijk een daling zien tot ongeveer 2040 (zie figuur 4). De eerstkomende jaren gaat het hier om de potentiële beroepsbevolking (mensen tussen 20 en 65 jaar). Door verhoging van de pensioenleeftijd naar 66 jaar, is dat vermoedelijk na 2020 niet meer het geval.

Figuur 2: Aantal 65-plussers, 1950-2010 en prognose aantal 65-plussers met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Aantal 65-plussers, 1950-2010 en prognose aantal 65-plussers met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060

Figuur 3: Aantal personen jonger dan 20 jaar, 1950-2010 en prognose aantal personen jonger dan 20 jaar met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Aantal personen jonger dan 20 jaar, 1950-2010 en prognose aantal personen jonger dan 20 jaar met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060

Figuur 4: Aantal personen van 20 tot en met 64 jaar, 1950-2010 en prognose aantal personen van 20 tot en met 64 jaar met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek; CBS Bevolkingsprognose over 2010-2060).

Aantal personen van 20 tot en met 64 jaar, 1950-2010 en prognose aantal personen van 20 tot en met 64 jaar met 67%- en 95%-prognose-interval, 2011-2060
.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.