Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Migratie
Heden, verleden en toekomst

Migratie: Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen in het verleden?

Immigratie en emigratie Migratiemotief

Immigratie en emigratie

Jaren vijftig: overzeese emigratiegolf

Tot aan het begin van de jaren zestig was Nederland overwegend een emigratieland; er vertrokken meer mensen dan dat zich in Nederland vestigden. Vooral de eerste vijftien jaren na de Tweede Wereldoorlog laten flinke vertrekoverschotten zien als gevolg van de door de overheid aangemoedigde 'nieuwe landverhuizingen' naar landen als Canada, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Het topjaar was 1952, toen per saldo bijna 50.000 mensen naar één van deze landen vertrokken (zie figuur 1 en 2). De jaren 1946, 1950 en 1958 laten juist vestigingsoverschotten zien door omvangrijke repatriëringsgolven vanuit Nederlands-Indië (later Indonesië).

Jaren zestig: komst gastarbeiders

Het toegenomen vertrouwen in de economie, het tekort aan arbeidskrachten en de hogere individuele welvaart deden na 1960 de overzeese emigratiegolf snel wegebben. Door de komst van vele gastarbeiders, aanvankelijk uit Italië en Spanje en later voornamelijk uit Turkije en Marokko, sloeg het vertrekoverschot om in een vestigingsoverschot.

Vanaf jaren zeventig: gezinshereniging en gezinsvorming

In de eerste helft van de jaren zeventig kwam er door de oliecrisis een einde aan de werving van gastarbeiders. Dit betekende echter niet dat de immigratie vanuit met name landen als Turkije en Marokko stopte. Aanvankelijk werd deze immigratie vooral bepaald door gezinshereniging (vrouwen en kinderen) maar later meer door gezinsvorming (huwelijkssluiting met een partner uit het land van herkomst). Ook leidde de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 tot een grote stroom immigranten uit Suriname naar Nederland.

Jaren negentig: asielmigratie

In de jaren negentig nam de omvang van de immigratie toe door de komst van asielzoekers uit verschillende delen van de wereld die in Nederland een verblijfsstatus kregen. Daarbij ging het om landen als voormalig Joegoslavië, Irak, Iran, Somalië, Sri Lanka, Afghanistan en de voormalige Sovjet-Unie. De samenstelling van de jaarlijkse stroom immigranten werd hierdoor aanmerkelijk meer divers.

Begin eenentwintigste eeuw: groot aantal immigranten

In de jaren 2000 en 2001 was Nederland op het toppunt van de economische groei. De werkloosheid stond op het laagste niveau sinds de jaren zeventig en Nederland was rijker dan ooit tevoren. Een rijk land heeft aantrekkingskracht op het buitenland. In 2001 had Nederland dan ook een groot aantal immigranten, namelijk 133.000 (zie figuur 1). Dit waren hoofdzakelijk arbeidsmigranten, asielzoekers en buitenlandse huwelijkspartners (Latten & De Jong, 2005).

2003-2007: Nederland is een emigratieland

Nederland was een emigratieland tussen 2003 en 2007, een situatie die afwijkt van andere EU-landen (zie: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?). Vanaf 2002 daalde de immigratie (tot 2006) en steeg de emigratie (tot 2007).

De oorzaken voor de sterke afname van de immigratie waren (Latten & De Jong, 2005):

  • Teruggelopen werkgelegenheid door teruggang van de economie.
  • Minder asielzoekers die zich aan de landsgrenzen melden.
  • Verminderde immigratie van Turken en Marokkanen, wellicht door meer voorwaarden aan gezinsvorming.

Oorzaken van de toename in emigratie waren (De Jong, 2005b):

  • Teruggelopen werkgelegenheid door teruggang van de economie.
  • Verharding van het politieke en sociale klimaat in Nederland, met name in de grote steden.
  • Een negatieve beeldvorming rond allochtonen, wat zorgt voor remigratie.
  • Sterk gestegen huizenprijzen vergeleken met de buurlanden.
  • Onvrede over de situatie in Nederland, bijvoorbeeld over de bevolkingsdichtheid, de mentaliteit van de bevolking, criminaliteit en de beschikbaarheid van natuur en ruimte (Van Dalen et al., 2008).

2006-2010: toename immigratie

De laatste jaren steeg het aantal immigranten, van 101.000 in 2006 naar ruim 154.000 in 2010 (zie figuur 1). Vooral in 2008 steeg het aantal immigranten flink (143.000 immigranten). Nederland werd vanaf dat jaar ook weer een immigratieland.

De toename van het aantal immigranten komt vooral door de sterke toename van het aantal arbeidsmigranten. Er was vooral een stijging van immigranten uit de EU-landen en uit Azië. De afschaffing van een tewerkstellingsvergunning voor Polen per 1 mei 2007 zorgde voor een forse toename van het aantal Poolse immigranten. Ook het aantal migranten uit Roemenië en Bulgarije nam toe, dit in verband met de toetreding tot de EU per 1 januari 2007. De lichte toename in 2010 komt vooral door immigranten uit de EU, zowel uit de oude als nieuwe lidstaten (CBS, 2011g).

Volgens prognoses zal Nederland voorlopig een immigratieland blijven. Zie: Interne link naar documentWat zijn de belangrijkste verwachtingen voor de toekomst?

Figuur 1: Immigratie en emigratiea, 1900-2010 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Immigratie en emigratie, 1900-2010

a Inclusief saldo administratieve correcties.

Figuur 2: Migratiesaldoa, 1900-2010 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Migratiesaldo 1900-2010

a Inclusief saldo administratieve correcties.


Migratiemotief

Sinds 2007 meer arbeidsmigratie dan gezinsmigratie

Sinds 2007 is 'arbeid' het voornaamste migratiemotief voor niet-Nederlanders om naar Nederland te komen (zie figuur 3). Tussen 1976 en 2006 was gezinsmigratie (gezinsvorming en -hereniging) nog de belangrijkste reden (Nicolaas, 2009a; WODC, 2009). De laatste jaren nam arbeidsmigratie sterk toe, afgezien van een kleine daling in 2009 vanwege de recessie (Nicolaas et al., 2011a; zie figuur 3). Was in 2000 nog 20% van de immigranten arbeidsmigrant, in 2009 kwam 36% naar Nederland om te werken. Daarnaast is het aantal studiemigranten verdubbeld; in de periode 2000-2009 steeg deze groep migranten van ruim 6.000 naar 14.000. Vooral personen uit de EU hebben arbeid als belangrijkste motief. Maar ook voor niet-westerse immigranten worden arbeid en studie steeds belangrijkere motieven om naar Nederland te komen (Nicolaas et al., 2011a).

Karakter van arbeidsmigratie is sterk veranderd, hogere retourmigratie

Door de jaren heen is het karakter van arbeidsmigratie veranderd. De klassieke arbeidsmigranten van de jaren zestig en zeventig brachten een grootschalige gezinshereniging op gang. Dit is vooralsnog niet te zien bij de nieuwe arbeidsmigranten. Zij komen vooral uit Westerse landen en hebben een lagere volgmigratie en een hoge retourmigratie (Verschuren et al., 2011). Zo was van de Poolse immigranten die in de jaren 2000-2009 naar Nederland kwamen, begin 2011 bijna 60% weer vertrokken (Nicolaas, 2011).

Aantal asielmigranten en gezinsmigranten de laatste jaren licht gestegen

Het aantal personen dat vanwege 'asiel' naar Nederland kwam is in de periode 2005-2009 licht gestegen (zie figuur 3); in 2008 en 2009 steeg vooral het aantal asielmigranten uit Somalië vanwege een tijdelijk categoriaal beschermingsbeleid voor Zuid-Somalië (Nicolaas et al., 2011a). Ook nam het aantal gezinsvormers/-herenigers toe in 2008 en 2009 (zie figuur 3). De grootste groep gezinsmigranten waren mensen geboren in Polen.

Ondanks de stijging ligt het aantal asielmigranten nog steeds ver beneden het aantal vóór en rond de eeuwwisseling. Vanaf 2000 daalde het aantal asielmigranten sterk, na de invoering van de vreemdelingenwet 2000; van ruim 27.000 in 2000 naar 2.200 in 2005.

Voor informatie over de trend in het aantal asielverzoeken in de EU-27, zie: Interne link naar documentZijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Figuur 3: Migratiemotief van niet-Nederlandse immigranten, 1995-2009 (Bron: CBS StatLine, 2011).

Migratiemotief van niet-Nederlandse immigranten, 1995-2009

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Recordaantal immigranten in 2010. CBS persbericht Den Haag/Heerlen: CBS, 2011g.
  • Dalen H van, Henkens K, Nicolaas H.Emigratie en de zoektocht naar het goede leven. Demos, 2008; 24(2): 1-4.
  • Jong A de.Bevolkingsprognose 2004-2050: veronderstellingen. CBS Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2005. Voorburg/Heerlen: CBS, 2005b: 19-23
  • Latten J, Jong A de. Nieuwe bevolkingsprognose CBS: Veel verandering, weinig groei. Den Haag: NIDI: Demos,2005; 21(1): 5-8.
  • Nicolaas H, Duin C van, Verschuren S, Wobma E.Bevolkingsprognose 2010-2060: veronderstellingen over immigratie. Den Haag/Heerlen: CBS, 2011a.
  • Nicolaas H.Steeds meer arbeidsmigranten naar Nederland. CBS Webmagazine, 14 januari 2009. Den Haag/Heerlen: CBS, 2009a.
  • Nicolaas H.Ruim helft Poolse immigranten vertrekt weer. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
  • Verschuren S, Gaalen R van, Nicolaas H.Arbeidsmigratie, volgmigratie en retourmigratie in de periode 2000–2006. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.
  • WODC, Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum.Migratie naar en vanuit Nederland. Een eerste proeve van de Migratiekaart. Den Haag/Maastricht: WODC/Universiteit Maastricht, 2009.

Begrippen en afkortingen

Definities

Categoriaal beschermingsbeleid
Een beleid van groepsgebonden of ‘categoriale’ bescherming voor asielzoekers. Kern van dit beleid is dat bepaalde landen worden aangewezen waar de situatie zéér gevaarlijk is dat terugkeer naar die landen niet verantwoord wordt geacht. Meestal worden landen aangewezen waar sprake is van een (burger)oorlog, zoals in het verleden in Bosnië, Kosovo, Afghanistan en Irak. Asielzoekers die kunnen aantonen dat zij afkomstig zijn uit één van de aangewezen landen kunnen in Nederland categoriale bescherming krijgen, totdat het land van herkomst weer veilig is.
Immigratie
Vestiging in Nederland vanuit het buitenland.
Saldo administratieve correcties
Administratieve opnemingen minus de administratieve afvoeringen uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens. Administratieve opneming betreft veelal hervestiging van mensen die eerder administratief zijn afgevoerd en die de gemeente melden dat zij nooit uit Nederland zijn weggeweest. Het saldo kan worden opgevat als niet-gemelde emigratie.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.