Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Migratie
Relatie met volksgezondheid

Migratie: Wat is de samenhang met gezondheid en zorg?

Dit document gaat over de samenhang tussen migratie en gezondheid en zorg. De meeste informatie gaat over gezondheid en zorggebruik van een specifieke groep immigranten: vluchtelingen en asielzoekers. Informatie over verschillen in gezondheid en zorg naar etniciteit staat in de documenten:

Gezondheidseffecten: voor en na immigratie

Er zijn verschillende oorzaken mogelijk voor een minder goede gezondheid van asielzoekers en vluchtelingen. Oorzaken die voor of na de migratie liggen, zijn stress-factoren tijdens en na de vlucht uit oorlogsgebieden, beperkte toegang tot gezondheidszorg, specifieke gezondheidsproblemen (zoals infectieziekten) en genetische factoren (Van Oostrum et al., 2010). Een voorbeeld hiervan zijn erfelijke vormen van bloedarmoede, zoals sikkelcelziekte en thalassemie. Dragerschap hiervan komt voor bij mensen die (oorspronkelijk) afkomstig zijn uit het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten, delen van Azië (India, Indonesië) en Afrika. Een voordeel is dat zij een verhoogde resistentie tegen malaria hebben. Echter, als twee dragers samen kinderen krijgen, bestaat het risico dat deze kinderen een zeer ernstige vorm van bloedarmoede hebben.

Zie ook: Reizen.

Totale sterfte niet verhoogd onder asielzoekers

Er is geen verhoogde totale sterfte onder asielzoekers ten opzichte van de Nederlandse bevolking. Er zijn wel verschillen in sterfte bij specifieke groepen (naar leeftijd, geslacht, herkomstregio en doodsoorzaak). Zo is de sterfte onder asielzoekers hoger dan onder de Nederlandse bevolking binnen de groep mensen van één tot en met twintig jaar. Sterfte aan infectieziekten en parasitaire ziekten (tuberculose, hepatitis en aids), ziekten van bloed en bloedvormende organen, aangeboren afwijkingen en externe oorzaken (waaronder suïcide en verdrinking) is hoger onder asielzoekers. Daarentegen is de sterfte onder asielzoekers lager aan kanker, hart- en vaatziekten, ziekten aan de luchtwegen, maag- en darmziekten en neurologische ziekten. Onder asielzoekers uit Afrika is er een verhoogde sterfte aan infectieziekten (Van Oostrum et al., 2010).

Ervaren gezondheid vluchtelingen minder goed

Vluchtelingen hebben een minder goede ervaren gezondheid dan autochtone Nederlanders. Van de vluchtelingen ervaart 41% zijn of haar gezondheid als minder dan goed. Onder autochtonen is dat 15%. Er is rekening gehouden met verschillen tussen deze groepen wat betreft geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, duur van het verblijf in Nederland, burgerlijke status en werksituatie (Van den Brand & Devillé, 2007). Zie voor informatie over ervaren gezondheid van de bevolking van Nederland: Icoon interne verwijzing naar onderwerpErvaren gezondheid.

Meer verdrinking bij pas geïmmigreerde kinderen

Kinderen die pas geïmmigreerd zijn uit een niet-westers land, waaronder Somalië, Irak, Iran en Afghanistan, lopen een drie keer zo groot risico om te verdrinken als autochtone kinderen. In de periode 1996-2005 behoorden 41 kinderen tot deze categorie, op een totaal van 266 door verdrinking overleden kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 10 jaar. In de leeftijdscategorie van 6 tot 10 jaar is het risico op verdrinking bij pas geïmmigreerde kinderen zelfs vijf keer groter dan bij autochtone kinderen (Garssen et al., 2008).

Gebruik gezondheidszorg iets hoger onder vluchtelingen en asielzoekers

Asielzoekers en vluchtelingen uit Afghanistan, Iran en Somalië worden vaker opgenomen in het ziekenhuis (12%) dan autochtonen (7%). Ook hebben asielzoekers en vluchtelingen vaker contact gehad met ggz-hulpverleners (13%) dan autochtonen (6%). Vluchtelingen en asielzoekers brengen ongeveer in dezelfde mate een bezoek aan de huisarts als autochtonen. Van de vluchtelingen en asielzoekers ging 48% naar de huisarts en onder autochtonen was dat 42%. Overigens zijn deze vergelijkingen tussen vluchtelingen en asielzoekers enerzijds en autochtonen anderzijds niet helemaal correct. Ten eerste omdat de gegevens uit twee verschillende bronnen komen en ten tweede omdat er geen rekening gehouden is met verschillen in achtergrondgegevens, zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau (Gerritsen et al., 2006).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Brand J van den, Devillé W.Gezondheid: slechter of beter ervaren? In: Engelhard D (ed). Met kennis van feiten: vluchtelingen, nieuwkomers en gezondheid in cijfers. Utrecht: Stichting Pharos, 2007.
  • Garssen J, Hoogenboezem J, Bierens J.Afname van het verdrinkingsrisico bij jonge kinderen, maar verhoogd risico bij kinderen van recent geïmmigreerde niet-westerse allochtonen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2008; 152: 1216-20.
  • Gerritsen AAM, Devillé W, Linden FAH van der, Bramsen I, Willigen LHM, Hovens JEJM, et al.Psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen van en gebruik van zorg door Afghaanse, Iraanse en Somalische asielzoekers en vluchtelingen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2006; 150: 1983-89.
  • Oostrum IEA van, Goosen S, Uitenbroek DG, Koppenaal H, Stronks K.Mortality and causes of death among asylum seekers in the Netherlands, 2002-2005. J Epidemiol Community Health, 2010.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

Asielzoeker
Een asielzoeker heeft (nog) geen verblijfsstatus
ggz
Geestelijke gezondheidszorg
Vluchteling
Vluchteling
De term wordt in Nederland vooral gebruikt voor mensen die (na verblijf in een asielzoekerscentrum) een verblijfstatus hebben gekregen. Ook valt er een kleine groep mensen onder die door de Nederlandse regering is uitgenodigd als vluchteling (de zogenoemde ‘uitgenodigde vluchteling’).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.