Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Levensloop

Levensloop: Wat is de relatie met gezondheid en zorg?

Levenslooptransities en gezondheid en zorg Veranderingen in levenslooptransities en gezondheid en zorg Levensloopbenadering van SEGV

Levensloop en gezondheid en zorg

Op verschillende manieren bestaat er een relatie tussen transities in de levensloop enerzijds en gezondheid en zorg anderzijds. Ten eerste valt te denken aan de directe invloed van gebeurtenissen in de levensloop op leefgewoonten en gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld het effect van pensionering op gezondheid. Bij een tweede manier staan veranderingen over de tijd in levenslopen van mensen centraal en de invloed daarvan op gezondheid en zorg, bijvoorbeeld de afname van het aandeel ouderen dat in een verzorgings- of verpleeghuis woont. Een derde manier betreft een levensloopbenadering van gezondheid. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de invloed van bepaalde omstandigheden of leefstijlen tijdens de jeugdfase op de gezondheid later in het leven.


Levenslooptransities en gezondheid en zorg

Gezondheidsrisico’s bij zwangerschap, baring of kraambed

Een belangrijke transitie in de levensloop is het krijgen van een (eerste) kind. Aan deze gebeurtenis kleven gezondheidsrisico’s. Tijdens de zwangerschap, tijdens de bevalling en ook in de periode na de bevalling is de kans op een aantal aandoeningen groter, zowel lichamelijke als psychische. Voorbeelden zijn preëclampsie (verhoogde bloeddruk met eiwitverlies via de urine), nierbekkenontsteking (zie: Acute urineweginfecties) of bestaande aandoeningen bij de moeder die een complicatie van de zwangerschap vormen (zoals diabetes mellitus of een psychische stoornis). In uitzonderlijke gevallen overlijden vrouwen aan aandoeningen die het gevolg zijn van zwangerschap, baring of kraambed. In 2007 stierven negen vrouwen (zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpSterfte rond de geboorte).

Invloed van pensionering op gezondheid onduidelijk

Er is geen duidelijke relatie tussen pensionering en veranderingen in gezondheid. Studies laten of géén effecten zien (Mein et al., 2003), positieve effecten (Van Solinge, 2005) of gemengde resultaten. Deze diversiteit in uitkomsten suggereert dat pensionering niet consequent goed of slecht is voor de gezondheid.

Het soort werk dat mensen doen blijkt van invloed te zijn op de invloed van pensionering op gezondheid. Werknemers met zwaar werk hebben een grotere kans op een toename in (de ernst van) gezondheidsklachten (Van Solinge, 2005) na pensionering. Ook Marmot en Shipley vonden dat lichamelijk zwaar en laag gekwalificeerd werk leidt tot een snellere veroudering door langdurige belasting (Marmot & Shipley, 1996).

Hogere sterftekans na overlijden partner

De levenslopen van partners zijn direct aan elkaar gekoppeld. Uit onderzoek blijkt dat na het overlijden van de partner de sterftekansen van de overlevende partner worden verhoogd (zie bijvoorbeeld Martikainen & Valkonen, 1996; Hart et al., 2007). De verhoogde sterftekansen gelden voor alle belangrijke doodsoorzaken, zoals hart- en vaatziekten, kanker, beroerten en sterfte als gevolg van ongelukken en geweld. Een verklaring hiervoor is dat de verhoogde sterftekans van de overlevende partner het gevolg is van eigen risicofactoren. Deze risicofactoren lijken mogelijk op de risicofactoren van de overleden partner, omdat veel stellen leefstijlen delen, zoals eetgewoonten en roken. Daarom zouden sterftekansen van partners dichter bij elkaar kunnen liggen dan verwacht. Deze verklaring wordt echter verworpen in een recente studie waarin rekening gehouden is met risicofactoren. De verklaring die overblijft is dat de verhoogde sterftekans een direct gevolg is van de schok die het verlies van een dierbare met zich meebrengt (Hart et al., 2007).


Veranderingen in levenslooptransities en gezondheid en zorg

Uitstel van het moederschap

Een transitie die veel jong-volwassenen meemaken, is die naar het ouderschap. De leeftijd waarop de meeste vrouwen voor het eerst moeder worden is in de loop van de tijd gestegen. Van de generatie geboren tussen 1945 en 1949 was ruim de helft op 25-jarige leeftijd al moeder. Bij de generatie 1960-1964 gold dat voor nog maar een kwart. In de jongste generaties is de toename van het uitstel ten opzichte van eerdere generaties afgenomen (Van Agtmaal-Wobma & Van Huis, 2008). Zowel de gezondheid van de vrouwen als de gezondheid van hun kinderen lijden eronder als het moederschap wordt uitgesteld (Beets, 2004). Behalve dat vrouwen minder vruchtbaar worden is er een verhoogde kans op miskramen, vroeggeboorten, meerlingzwangerschappen, aangeboren afwijkingen, keizersneden, zuigelingensterfte en borstkanker. Het uitstellen van het moederschap leidt ook tot hogere medische kosten door de grotere kans op complicaties en het meer voorkomen van onvruchtbaarheidsbehandelingen.

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpGeboorte.

Verschillende zorgverplichtingen tegelijk

Onder invloed van veranderingen in sterfte- en vruchtbaarheidspatronen zijn de verhoudingen van generaties van families veranderd (Post et al., 1997). Gedurende belangrijke periodes van hun leven verkeren mensen in posities met relaties zowel naar ‘boven’ (namelijk als kinderen) als naar ‘beneden’ (namelijk als ouders). Dit wordt vaak uitgedrukt met termen als ‘sandwichgeneratie’ (Liefbroer & Dykstra, 2000): zij hebben te maken met verschillende zorgverplichtingen: niet alleen de zorg voor hun kinderen, maar ook die voor hun (hulpbehoevende) ouders.

Minder ouderen wonen in verzorgings- of verpleeghuis

In de afgelopen twintig jaar is het voor ouderen minder gebruikelijk geworden om in een verzorgings- of verpleeghuis te gaan wonen. In 2007 woonde 5% van de 65-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis. In 1984 bijvoorbeeld was dit nog 10,5 procent. Het absolute aantal ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis is ook afgenomen. In 1984 woonden circa 179.000 65-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis. Begin 2006 waren dit er 117.000.

Deze verandering hangt deels samen met gewijzigd beleid van de overheid: de capaciteitsreductie van verzorgingstehuizen. Beschikbare plaatsen in tehuizen werden steeds meer uitsluitend ter beschikking gesteld aan mensen die niet meer zelfredzaam zijn (Harmsen & Schapendock-Maas, 2004). Hiermee is de functie van de tehuizen is veranderd: het zijn zorgcentra geworden voor mensen die intensieve verzorging nodig hebben (zie ook Verpleging en verzorging).

Daarbij komt dat de ouderen van nu gemiddeld een betere gezondheid hebben dan de ouderen van dertig jaar geleden. Ook hierdoor zullen ze minder snel de overstap naar een verpleeg- of verzorgingshuis maken (Harmsen & Schapendock-Maas, 2004).

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpVergrijzing.

Meer oudere vrouwen met partner, meer mannen alleen

Partners spelen een belangrijke rol bij de informele hulp aan elkaar. De beschikbaarheid van een partner is voor mannen en vrouwen verschillend. Bij mannen is een daling te verwachten in het aandeel dat op latere leeftijd met een partner samenleeft. Bij vrouwen is er juist een afnemende kans dat ze alleen komen te staan (Liefbroer & Dykstra, 2000). Twee demografische trends zijn mede van invloed op het aandeel ouderen dat met een partner samenleeft. Ten eerste de stijging van de levensverwachting. Op basis daarvan is de verwachting dat meer ouderen op latere leeftijd samenleven met een partner. Anderzijds is er een toename van het aandeel gescheiden mensen (De Graaf, 2006), op grond waarvan een groter aandeel partnerlozen te verwachten is. Vrouwen lijken te ‘profiteren’ van de gestegen levensverwachting onder mannen in die zin dat er een afnemende kans is dat ze alleen komen te staan.

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpHuishoudenssamenstelling.


Levensloopbenadering van SEGV

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen over de levensloop

Mensen met een lagere sociaaleconomische status zijn veelal minder gezond dan mensen met een hogere sociaaleconomische status. Wanneer de relatie tussen sociaaleconomische status en gezondheid over de levensloop bekeken wordt, blijkt het vooral de opeenstapeling van achterstanden in een levensloop te zijn die een nadelig effect op de gezondheidstoestand heeft (Lynch et al., 1997; Singh-Manoux et al., 2004). Een toename in sociaaleconomische achterstand over de levensloop hangt samen met een verslechtering van gezondheid.

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpSociaaleconomische gezondheidsverschillen.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Agtmaal-Wobma E van, Huis M van.De relatie tussen vruchtbaarheid en opleidingsniveau van de vrouw. Voorburg/Heerlen: CBS, 2008.
  • Beets G.De timing van het eerste kind: een overzicht. Bevolking en gezin, 2004; 33(1): 115-142.
  • Graaf A de.Aantal echtscheidingen neemt weer toe. Voorburg/Heerlen: CBS, Webmagazine, 2006.
  • Harmsen C, Schapendock-Maas H.Bevolkingsaantal instellingen en tehuizen daalt verder. Heerlen/Voorburg: CBS, 2004.
  • Hart CL, Hole DJ, Lawlor DA, Davey Smith G, Davey Smith TF.Effect of conjugal bereavement on mortality of the bereaved spouse in participants of the Renfrew/Paisley Study. J Epidemiol Community Health, 2007; 61: 455-60.
  • Liefbroer AC, Dykstra PA.Levenslopen in verandering. Een studie naar ontwikkelingen in de levenslopen van nederlanders geboren tussen 1900 en 1970. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2000.
  • Lynch JW, Kaplan GA, Shema SR.Cumulative impact of sustained economic hardship on physical, cognitive, psychological, and social functioning. N Engl J Med, 1997; 337: 1889-95.
  • Marmot MG, Shipley MJ.Do socioeconomic differences in mortality persist after retirement? 25 Year follow up of civil servants from the first Whitehall study. BMJ, 1996; 313: 1177-80.
  • Martikainen P, Valkonen T.Mortality after death of spouse in relation to duration of bereavement in Finland. Journal of Epidemiology and Community Health, 1996; 50: 264-68.
  • Mein G, Martikainen P, Hemingway H, Stansfeld SA, Marmot MG.Is retirement good or bad for mental and physical health functioning? Whitehall II longitudinal study of civil servants. Journal of Epidemiology and Community Health, 2003; 57: 46-9.
  • Post W, Imhoff E van, Dykstra P van, Poppel F.Verwantschapsnetwerken in Nederland: verleden, heden, toekomst. Den Haag: NIDI, 1997; Rapport 49.
  • Singh-Manoux A, Ferrie JE, Chandola T, Marmot M.Socioeconomic trajectories across the life course and health outcomes in midlife: evidence for the accumulation hypothesis? International Journal of Epidemiology, 2004; 33: 1072-79.
  • Solinge H van.Veranderingen in gezondheid in de overgang van werk naar pensioen: een longitudinale analyse. Gedrag & Organisatie, 2005; 18(6): 356-78.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.