Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Levensloop

Wat is de levensloop?

Levensloopperspectief Invloed van maatschappelijke factoren op levensloop

Levensloopperspectief

Levensloop bestaat uit posities en gebeurtenissen

De levensloop is te zien als een opeenvolging van posities die een persoon in de loop van de tijd inneemt (Liefbroer & Dykstra, 2000). Een positite geeft aan op welk punt in de levensloop een persoon zich bevindt. Voorbeelden van posities zijn ‘gehuwd’ en ‘werkloos’. Gebeurtenissen (ook wel transities genoemd) markeren de overgang van de ene positie naar de andere. Zo geeft de gebeurtenis ‘trouwen’ de overgang aan van de positie ‘ongehuwd’ naar ‘gehuwd’. Levenslopen kunnen verschillende levensdomeinen betreffen. Zo is er een demografische levensloop (huwelijk, de komst van kinderen, verweduwing), een sociaaleconomische levensloop (opleiding en werk) en ook een levensloop op het gebied van gezondheid. Levenslopen laten zich beschrijven aan de hand van veranderingen in het voorkomen, het tijdstip en de volgorde van belangrijke gebeurtenissen.

Belangrijke gebeurtenissen in de levensloop

Voorbeelden van belangrijke gebeurtenissen in de levensloop zijn:

  • Uit huis gaan
  • Opleiding afronden
  • Intrede op arbeidsmarkt
  • Samenleven/huwen
  • De komst van kinderen
  • Relatieontbinding/echtscheiding
  • Zorg voor ouders
  • Uit huis gaan van kinderen
  • Verweduwing
  • Naar een verzorgings- of verpleeghuis gaan

Gebeurtenissen vroeg in de levensloop hebben gevolgen voor later

Een van de algemene principes bij het bestuderen van levenslopen is het idee dat gebeurtenissen vroeg in de levensloop gevolgen kunnen hebben voor de verdere ontwikkeling van de levensloop. Er kan een opeenstapeling zijn van voor- en nadelen (Dannefer, 2003). Dit principe is op verschillende levensdomeinen van toepassing. Bij de sociaaleconomische levensloop leidt bijvoorbeeld een eerder succes in onderwijs of beroep tot een grotere kans verder te stijgen in de loopbaan.

Meer diversiteit in levenslopen

In de loop van de vorige eeuw zijn levenslopen steeds meer van elkaar gaan verschillen. Bij geboortecohorten uit het begin van de vorige eeuw kwam veelal een standaardlevensloop voor waarin mensen vanuit het ouderlijk huis trouwden, de man een leven lang werkte, de vrouw stopte met haar baan nadat ze getrouwd was, en er vrij snel na het huwelijk kinderen kwamen. Onder jongere geboortecohorten is de standaardlevensloop steeds minder vanzelfsprekend geworden: vrouwen blijven vaker werken, ook als er kinderen zijn; men stelt gezinsvorming uit; er is meer variatie in het moment waarop men met gezinsvorming begint; relatie-ontbinding is gebruikelijker geworden, enzovoorts (Liefbroer & Dykstra, 2000). Al met al was er sprake van een ‘destandaardisering’ van de levensloop, levenslopen zijn steeds meer divers geworden.


Invloed van maatschappelijke factoren op levensloop

Wetgeving beïnvloedt de levensloop

Wetgeving en andere regelingen van de overheid hebben gevolgen voor de structuur van de levensloop. Ze zetten leeftijdsgebonden paden uit door vast te leggen wanneer bepaalde gebeurtenissen horen plaats te vinden. Voorbeelden hiervan zijn de leerplicht, de minimum huwelijksleeftijd en de leeftijd van pensionering.

Invloed van demografische ontwikkelingen op de levensloop

Demografische ontwikkelingen hebben invloed op de vormgeving van de levensloop. Een van de meest belangrijke demografische veranderingen in de afgelopen eeuw is de verlenging van de levensduur. In 1900 was de levensverwachting bij geboorte 47 jaar voor mannen en 50 jaar voor vrouwen (Van Poppel, 1999). In 2007 was deze gestegen naar 78 jaar voor mannen en ruim 82 jaar voor vrouwen (zie ook: Levensverwachting). Terwijl bijna de helft van de mannen en een derde van de vrouwen geboren aan het begin van de twintigste eeuw de leeftijd van 65 jaar niet bereikte, zal dat naar verwachting het geval zijn voor slechts 15% van de mannen geboren tussen 1961 en 1970 en voor 11% van de vrouwen uit die geboortecohorten (Liefbroer & Dykstra, 2000). Dus voor een grote meerderheid van de jongste geboortecohorten geldt dat zij minimaal 65 jaar oud zullen worden. Het bereiken van de (huidige) pensioengerechtigde leeftijd wordt daarmee een normale gebeurtenis. Het is uitzonderlijk geworden die leeftijd niet te behalen.

Invloed van culturele ontwikkelingen op de levensloop

Een belangrijke culturele ontwikkeling die zich gedurende de afgelopen eeuw heeft voorgedaan, is het proces van individualisering. Hiermee wordt enerzijds bedoeld dat de algemeen gedeelde ideeën over de levensloop, zoals het tijdstip waarop en de volgorde waarin belangrijke gebeurtenissen dienen plaats te vinden, steeds meer hun bindende karakter hebben verloren. Een voorbeeld is de norm dat men niet ongehuwd behoorde samen te wonen. Anderzijds geeft het begrip individualisering aan dat er een ideologie is ontstaan dat individuen zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun levensloopkeuzes en daarover zelf beslissen (Liefbroer & Dykstra, 2000).

Levensloop afhankelijk van de historische context

Levenslopen zijn afhankelijk van de historische context. Hierbij valt te denken aan grote gebeurtenissen zoals de wereldoorlogen en jaren van economische depressie, maar ook aan meer geleidelijke veranderingen in de context waarin mensen hun levensloop vormgeven, zoals de toenoemende welvaart of individualisering (Van der Lippe et al., 2007). Bij de bestudering van levenslopen is het gebruikelijk om onderscheid te maken tussen individuele en historische tijd. De levensloop heeft betrekking op de individuele tijd. De historische tijd heeft betrekking op de tijd waarin een samenleving zich bevindt. Als men naar één geboortecohort kijkt, valt de persoonlijke tijd samen met de historische tijd: mensen worden ouder in een zich veranderende samenleving. Bij het bekijken van verschillende geboortecohorten zijn de twee soorten tijd uit elkaar te houden: elk geboortecohort start zijn levensloop in een andere historische context.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Dannefer D.Cumulative Advantage/Disadvantage and the Life Course: Cross-Fertilizing Age and Social Science Theory. Journal of Gerontology: social sciences, 2003; 58B(6): 327-37.
  • Liefbroer AC, Dykstra PA.Levenslopen in verandering. Een studie naar ontwikkelingen in de levenslopen van nederlanders geboren tussen 1900 en 1970. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2000.
  • Lippe T van der, Dykstra PA, Kraaykamp G, Schippers J.De maakbaarheid van de levensloop. Assen: Van Gorcum, 2007.
  • Poppel FWA van.De ‘statistieke ontleding van de dooden’: Een spraakzame bron? Nijmegen: Nijmegen University Press, 1999.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.