Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huishoudenssamenstelling
Geografische verschillen

Huishoudens: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Alleenstaanden Burgerlijke staat

Alleenstaanden

Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland hoog percentage alleenstaanden

Nederland schaart zich bij de lidstaten van de Europese Unie (EU) waar het percentage alleenstaanden hoog is (zie figuur 1). Rond 2000 was 14% van de Nederlandse bevolking alleenstaand. Hiermee komt Nederland na Denemarken (22%), Finland (17%) en Duitsland (16%) (Eurostat, 2010; Philipov, 2005). Landen met het kleinste percentage alleenstaanden zijn Cyprus (5%), Portugal (6%) en Roemenië (6%). Voor alle EU-landen geldt dat het alleenstaan het meest voorkomt onder ouderen en jongvolwassenen. Het percentage alleenstaanden onder jongvolwassenen is het hoogst in de Noord-Europese landen en het laagst in de Zuid-Europese. Dit komt doordat jongeren in de noordelijke landen over het algemeen veel vroeger het ouderlijk huis verlaten dan in de zuidelijke (Philipov, 2005).

Figuur 1: EU-27 landen a met het hoogste en het laagste percentage alleenstaanden (Bron: Eurostat, 2010).

EU-27 landen met het hoogste en laagste percentage alleenstaanden

a Gegevens ontbreken van Malta en Zweden. Gegevens zijn afkomstig van nationale census die rond het jaar 2000 gehouden zijn. Het tijdstip van de census varieert van november 1995 (Malta) tot mei 2002 (Polen). Voor landen die geen census hebben is een alternatieve methode, zoals bevolkingsregister, gebruikt.


Burgerlijke staat

Veel ongehuwden in Nederland en de Scandinavische landen

In de Scandinavische landen Zweden, Finland en Denemarken zijn verhoudingsgewijs veel mensen ongehuwd (rond de 50%) (zie figuur 2). Ook in Frankrijk en Slovenië is het percentage ongehuwden hoog. Nederland volgt net achter deze landen (46,5%). In Letland (11,6%) en Litouwen (10,1%) komen de meeste echtscheidingen voor; in Italië (1,7%) en Malta (0,3%) de minste. Ook in de Scandinavische landen zijn veel echtscheidingen. Samen met het hoge aantal ongehuwden zorgt dit ervoor dat in Scandinavië het percentage gehuwden het laagst is (34-40%). In Italië en Malta is het percentage gehuwden juist het hoogst (rond de 50%). Nederland zit met percentage gehuwden in de middenmoot (41,8%). Het aantal echtscheidingen is hier iets lager dan gemiddeld (Eurostat, 2010).

Gemiddeld woont ongeveer 10% van de bevolking in EU-landen ongehuwd samen, maar in Scandinavische landen is dat zo'n 20%. Met ongeveer 15% is het percentage ongehuwd samenwonenden in Nederland ook hoger dan gemiddeld (Philipov, 2005) (zie figuur 3).

Naar boven

Figuur 2: De bevolking in een aantal EU-27 landen naar burgerlijke staat in 2008 (Bron: Eurostat, 2010). Volgorde op basis van het percentage ongehuwden.

De bevolking in een aantal EU-landen naar burgerlijke staat in 2008

Figuur 3: EU-27 landen a met het hoogste en het laagste aandeel ongehuwd samenwonenden in het totaal aantal (ongehuwd plus gehuwd) samenwonenden (Bron: Eurostat, 2010).

Aandeel ongehuwd samenwonenden in het totaal aantal (ongehuwd plus gehuwd) samenwonenden

a Gegevens ontbreken van Malta en Zweden. Gegevens zijn afkomstig van nationale census die rond het jaar 2000 gehouden zijn. Het tijdstip van de census varieert van november 1995 (Malta) tot mei 2002 (Polen). Voor landen die geen census hebben is een alternatieve methode, zoals bevolkingsregister, gebruikt.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Philipov D.Portrait of the family in Europe. Strasbourg: Paper gepresenteerd op de European population conference 2005 .

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU
Europese unie
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.

Definities

Alleenstaande
Persoon die alléén een (deel van een) woonruimte bewoont en zichzelf particulier voorziet in huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.