Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huishoudenssamenstelling
Heden, verleden en toekomst

Huishoudens: Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen in het verleden?

Huishoudenssamenstelling Burgerlijke staat

Huishoudenssamenstelling

Sterke daling gemiddelde huishoudensgrootte

In de twintigste eeuw is het aantal huishoudens in Nederland meer dan verzesvoudigd: van 1,1 miljoen in 1900 tot 7,3 miljoen op 1 januari 2009. Omdat de totale bevolking in dezelfde periode ‘slechts’ is verdrievoudigd, is de gemiddelde huishoudensgrootte flink teruggelopen: van 4,5 personen in 1900 naar 2,2 personen in 2009 (zie figuur 1). De gemiddelde grootte van meerpersoonshuishoudens is gedaald van 4,9 naar 2,9.

Daling huishoudensgrootte door kleinere meerpersoonshuishoudens en meer eenpersoonshuishoudens

De daling van de gemiddelde huishoudensgrootte sinds 1900 kan voor 40% worden toegeschreven aan de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en voor 60% aan het kleiner worden van meerpersoonshuishoudens. De belangrijkste oorzaken voor de daling van de huishoudensgrootte zijn:

  • Het gezin is sterk geïndividualiseerd. Niet tot het kerngezin behorende personen zijn zelfstandige huishoudens gaan vormen. Rond 1900 waren kostgangers en inwonend personeel nog vrij gebruikelijk, tegenwoordig niet meer.
  • Het gemiddeld kindertal van gezinnen is sterk teruggelopen.
  • Het aantal jongeren dat eerst een tijd alleen gaat wonen na verlaten van het ouderlijk huis, is toegenomen (CBS, 2009h).
  • Het aantal echtscheidingen is toegenomen, met name vanaf het begin van de jaren zeventig.
  • Het ongehuwd samenwonen neemt toe. Deze relaties hebben een grotere ontbindingskans.
  • De gemiddelde leeftijd van de bevolking is toegenomen (zie Vergrijzing). Ouderen wonen in gemiddeld kleinere huishoudens dan personen uit andere leeftijdsgroepen. Vooral het aantal alleenstaande oudere weduwen is sterk gegroeid. Zie ook: Interne link naar documentWat is de huidige situatie?

Spectaculaire groei eenpersoonshuishoudens

Onderscheiden naar een- of meerpersoonshuishoudens is vooral de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens spectaculair: van nog geen 100.000 in 1900 tot 2,6 miljoen in 2009. Deze groei vond vooral plaats vanaf de jaren zestig. Tegenwoordig bestaat ruim een derde van alle huishoudens uit één persoon, terwijl een eeuw geleden minder dan één op de tien huishoudens een eenpersoonshuishouden was.

Figuur 1: Gemiddelde huishoudensgrootte en aantal eenpersoonshuishoudens in de periode 1900-2009 (meetpunt: 1 januari) (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Gemiddelde huishoudensgrootte en aantal eenpersoonshuishoudens, 1900-2009

Naar boven


Burgerlijke staat

Jaarlijks aantal huwelijken na 1970 verminderd en tegenwoordig stabiel

Tussen 1900 en 1970 is het jaarlijkse aantal huwelijkssluitingen gestegen van ongeveer 40.000 tot meer dan 120.000 (zie figuur 2). De grootste fluctuaties doen zich voor rond het einde van de beide wereldoorlogen. Na 1970 nam het aantal huwelijkssluitingen duidelijk af. Na het jaar 1983, waarin minder dan 80.000 huwelijken werden gesloten, trad een licht herstel op. Het jaarlijks aantal huwelijkssluitingen is tegenwoordig vrijwel stabiel en schommelt rond 75.000 huwelijken. De sterke terugval in de huwelijkssluiting vanaf de jaren zeventig hangt vooral samen met de sterke stijging van de gemiddelde leeftijd bij (eerste) huwelijkssluiting: van 22,7 jaar in 1970 tot 30,2 jaar in 2008 voor vrouwen en van 24,7 tot 32,9 jaar voor mannen.

Steeds meer niet-gehuwde paren

Ongehuwd samenwonen komt steeds vaker voor. Zo is sinds 1995 het aantal niet-gehuwde paren met 300 duizend gestegen. Sinds 2000 steeg vooral het aantal niet-gehuwde paren met kinderen sterk (CBS, 2009h). Zie ook: Geboorte: Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen in het verleden?. In de leeftijdsgroep van 28-33 jaar heeft bijna 90% van de mannen en ruim 80% van de vrouwen ongehuwd samengewoond, woont nog samen of heeft plannen daartoe (CBS, 2009h).

Aantal huwelijksontbindingen vrij stabiel, wel meer ongehuwd samenwoners uit elkaar

Het jaarlijkse aantal huwelijksontbindingen is toegenomen van 25.000 in 1900 tot 96.000 in het begin van de 21ste eeuw. De laatste jaren schommelt het jaarlijks aantal rond 90.000. De meeste huwelijksontbindingen komen overigens door overlijden en veel minder door echtscheiding. Het jaarlijks aantal echtscheidingen is sinds 2003 vrij stabiel. Wel gaan steeds meer niet-gehuwde samenwoners uit elkaar (CBS, 2009h).

Zie ook: Interne link naar documentWat is de huidige situatie?

Figuur 2: Huwelijkssluiting en -ontbinding, 1900-2008 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Huwelijkssluiting en -ontbinding, 1900-2008

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Relatie en gezin aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2009h.

Begrippen en afkortingen

Definities

Huwelijksontbinding
Beëindiging van het huwelijk door overlijden of echtscheiding.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.