Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Huishoudenssamenstelling
Heden, verleden en toekomst

Huishoudens: Wat is de huidige situatie?

Huishoudenssamenstelling Aantal alleenstaanden Burgerlijke staat

Huishoudenssamenstelling

In 2009 gemiddelde huishoudensgrootte 2,2 personen

Op 1 januari 2009 telde Nederland 16,5 miljoen inwoners en 7,3 miljoen huishoudens. Gemiddeld bestaat een huishouden uit 2,2 personen. Het gaat hier om zogenoemde particuliere huishoudens. Deze huishoudens worden gevormd door personen die alleen of samen in een woonruimte wonen en zelf in hun dagelijkse behoeften kunnen voorzien. Niet iedereen maakt deel uit van een particulier huishouden. In 2009 woonden 207.000 personen in een institutioneel huishouden, zoals een verpleeghuis, een psychiatrisch ziekenhuis, een penitentiaire inrichting of een gezinsvervangend tehuis.

Ruim een derde van alle huishoudens bestaat uit één persoon

Particuliere huishoudens zijn onder te verdelen in eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Ruim een derde (2,6 miljoen) van alle 7,3 miljoen huishoudens bestaat uit één persoon (zie figuur 1). Het eenpersoonshuishouden is het meest voorkomende type huishouden. Huishoudens die gevormd worden door paren met kinderen en paren zonder kinderen zijn de meest voorkomende meerpersoonshuishoudens. Paren zonder kinderen en paren met kinderen maken respectievelijk 29% en 28% uit van het totaal aantal huishoudens. Ten slotte is ongeveer 10% van de meerpersoonshuishoudens een eenouderhuishouden, waarbij in 83% van de gevallen een vrouw aan het hoofd staat. De gemiddelde huishoudensgrootte van meerpersoonshuishoudens is 2,9 personen.

Figuur 1: Huishoudenstypeverdeling in Nederland: totaal aantal huishoudens naar huishoudenstype en naar gehuwd/ongehuwd zijn, 1 januari 2009 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Huishoudenstypeverdeling in Nederland: totaal aantal naar huishoudenstype en naar gehuwd/ongehuwd zijn

Aantal alleenstaanden

Alleenstaanden: jongvolwassenen, gescheiden mannen, weduwen

Van de totale bevolking is 16% alleenstaand. Alleenstaanden zijn personen die alleen wonen en dus een eenpersoonshuishouden vormen. Het aandeel alleenstaanden is relatief hoog onder jongeren en onder ouderen (zie figuur 2):

  • Rond 25-jarige leeftijd woont ongeveer een kwart van alle jongvolwassenen alleen. Onder jongvolwassenen is het alleenstaan meestal een tijdelijke leefvorm tussen het verlaten van het ouderlijk huis en het gaan samenwonen met een partner.
  • Het alleenstaan komt het minst voor onder personen in de leeftijd van 40-50 jaar; 13% van hen is alleenstaand. Op middelbare leeftijd speelt (echt)scheiding een rol; omdat bij een (echt)scheiding de kinderen meestal bij de moeder blijven wonen, is het aantal alleenstaande mannen in deze leeftijdsgroep groter dan het aantal alleenstaande vrouwen.
  • Bij vrouwen neemt vanaf 65 jaar het aandeel alleenstaanden sterk toe. Bij mannen is dat vanaf 75 jaar, maar in mindere mate. Van de 80-85-jarige personen is bijna de helft alleenstaand. Op hogere leeftijd is sterfte van de partner de belangrijkste oorzaak van het alleenstaan. Voor vrouwen speelt dit aanzienlijk meer dan voor mannen, omdat mannen eerder sterven dan vrouwen en omdat mannen bovendien meestal een paar jaar ouder zijn dan hun partner. Alleenstaande weduwen vormen dan ook een zeer belangrijke groep binnen de eenpersoonshuishoudens. Zie ook: Interne link naar documentVergrijzing: wat is de huidige situatie? en Interne link naar documentWat is de relatie met gezondheid?

Figuur 2: Percentage alleenstaanden in Nederland naar leeftijd en geslacht, 1 januari 2009 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Percentage alleenstaanden naar leeftijd en geslacht, 1 januari 2009

Burgerlijke staat

Merendeel van de paren gehuwd

Op 1 januari 2009 bestond de bevolking van Nederland uit 7,7 miljoen nooit-gehuwden, 6,9 miljoen gehuwden, 1,1 miljoen gescheidenen en 0,9 miljoen verweduwden. De groep nooit-gehuwden is groot omdat hier ook kinderen onder vallen (2,9 miljoen 0- tot 15-jarigen). Veranderingen in de samenstelling van de bevolking naar burgerlijke staat worden mede beïnvloed door veranderingen in de leeftijdsstructuur (zie figuur 3). Zo wordt het grote aantal gehuwden bepaald door de omvangrijke groep 35-55-jarigen. Binnen deze leeftijdsgroep is twee derde van de mensen gehuwd (zie ook figuur 1).

75.000 huwelijken en 8.000 partnerschapsregistraties in 2008

In 2008 werden 75.000 huwelijken gesloten. Daarnaast kwamen er via buitenlandse immigratie nog enkele duizenden gehuwden bij (er waren 2.400 migratiehuwelijken). De gemiddelde leeftijd bij (eerste) huwelijkssluiting was in 2008 voor mannen 32,9 jaar en voor vrouwen 30,2 jaar. Sinds 1998 is geregistreerd partnerschap mogelijk, een op het huwelijk lijkende relatie die is vastgelegd in een akte van de Burgerlijke Stand. In 2008 werden er 8.000 nieuwe partnerschappen geregistreerd.

Er werden 87.000 huwelijken ontbonden, waarvan 32.000 door echtscheiding en 55.000 door overlijden.

Figuur 3: Bevolking van Nederland naar leeftijd en burgerlijke staat, 1 januari 2009 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Bevolking van Nederland naar leeftijd en burgerlijke staat, 1 januari 2009
.

Begrippen en afkortingen

Definities

Eenpersoonshuishouden
Personen die alleen in een woonruimte zijn gehuisvest, of personen die met anderen eenzelfde adres bewonen maar een eigen huishouding voeren. Personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen beschouwen we niet als eenpersoonshuishouden.
Meerpersoonshuishouden
Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.