Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Geboorte
Geografische verschillen

Geboorte: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Aantal kinderen Leeftijd moeder

Aantal kinderen

Gemiddeld kindertal Nederland boven EU-gemiddelde

Nederland scoort bovengemiddeld in de EU-27 wat betreft het gemiddeld kindertal per vrouw (vruchtbaarheid). In 2007 heeft Nederland gemiddeld 1,8 kinderen per vrouw. Het EU-27 gemiddelde is 1,6. Ierland (2,1) en Frankrijk (2,0) hebben de hoogste vruchtbaarheid. Oost-Europese landen zoals Polen, Hongarije en Letland hebben de laagste vruchtbaarheid met minder dan 1,4 kinderen per vrouw (zie figuur 1) (Eurostat, 2011). De Europese vruchtbaarheid ligt sinds het midden van de jaren zeventig beneden het zogenoemde vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw dat nodig is om de huidige generaties mannen en vrouwen volledig te vervangen. Dit heeft vergrijzing en op termijn een daling van de bevolkingsomvang tot gevolg (Van Nimwegen, 2008).

EU-brede daling in vruchtbaarheid sinds jaren 60, maar recentelijk weer stijging

In alle EU-27 landen is de vruchtbaarheid sinds 1960 gedaald. Rond 1985 is ze in de Scandinavische en West-Europese landen weer gaan stijgen of stabiel gebleven. Dat is mede een gevolg van het uitstelgedrag dat daar op zijn einde loopt. In landen waar nog een flinke verschuiving van de leeftijd bij eerste moederschap optreedt, is de vruchtbaarheid nog relatief laag. Opvallend is een piek in Zweden in 1990, gevolgd door een absoluut dieptepunt in 1999. Deze piek valt samen met een beleidsmaatregel op het gebied van ouderschapsverlof die na een paar jaar is teruggedraaid toen hij te duur werd (Beets, 2008). Sinds het begin van het nieuwe millenium neemt de vruchtbaarheid ook niet langer af in de nieuwe lidstaten en is er in de meeste EU-27 landen sprake van een stijging (Eurostat, 2011; Van Nimwegen, 2008). In Nederland bereikte het gemiddeld kindertal per vrouw een minimum in 1983. Sindsdien schommelt het (zie figuur 2).

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 4. Total fertility rate.

Figuur 1: EU-27 landen met het hoogste en laagste gemiddeld kindertal per vrouw, 2010 (Bron: Eurostat, 2011).

EU-27 landen met het hoogste en laagste gemiddeld kindertal per vrouw in 2010

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 4. Total fertility rate.

Figuur 2: Trend in het gemiddeld kindertal per vrouw voor Nederland en het gemiddelde van de EU-27, 1980-2010. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: Eurostat, 2011, gegevens bewerkt door het NIDI).

Trend in het gemiddeld kindertal per vrouw voor Nederland en het gemiddelde van de EU-27, 1980-2010

Leeftijd moeder

Vrouwen in Nederland krijgen laat kinderen

Nederlandse vrouwen krijgen binnen de EU-27 op relatief hoge leeftijd kinderen (Eurostat, 2011). Ook Spaanse, Italiaanse en Ierse vrouwen krijgen op relatief hoge leeftijd kinderen. Vrouwen in Oost-Europese landen krijgen gemiddeld op jongere leeftijd kinderen dan vrouwen in West-Europese landen. Vrouwen in Bulgarije en Roemenië zijn bijvoorbeeld gemiddeld zo'n 4 jaar jonger dan in Nederland. Het uitstelgedrag begon in Oost-Europese landen pas in de jaren negentig, dat wil zeggen twee decennia later dan in West-Europa.

Percentage geboorten bij 35-plussers hoog in Nederland

Het percentage geboorten bij vrouwen van 35 en ouder is relatief hoog in Nederland. Nederland staat met 22% op de zesde plek achter Italië, Ierland, Spanje, Duitsland en Luxemburg. De verschillen binnen Europa zijn groot. De laagste percentages worden gevonden in de Oost-Europese landen. In vrijwel alle EU-landen is het percentage geboorten bij vrouwen van 35 en ouder tussen 1980 en 2009 toegenomen. In Nederland was de toename (van 7% in 1980 tot 22% in 2007) groter dan in de meeste andere EU-landen. De laatste jaren lijkt het percentage in Nederland zich te stabiliseren. In Bulgarije is het percentage pas sinds een paar jaar boven de 5% (zie figuur 3) (WHO-HFA, 2011).

In Nederland relatief weinig tienergeboorten

In Nederland komt het vergeleken met andere EU-27 landen relatief weinig voor dat vrouwen jonger dan 20 jaar een kind krijgen. In 2010 bedroeg het aantal tienergeboorten in Nederland 5,1 per 1.000 meisjes van 15 tot en met 19 jaar (zie figuur 4). Alleen Denemarken en Slovenië hebben minder tienergeboorten dan Nederland. Oost-Europese landen hebben in het algemeen een hogere vruchtbaarheid onder tieners dan de West-Europese landen. Opvallend is het hoge aantal tienergeboorten in het Verenigd Koninkrijk. In dit land worden 25 van de 1.000 vrouwen van 15 tot en met 19 jaar moeder, vijf maal zoveel als in Nederland (Eurostat, 2011).

Het aantal tienerzwangerschappen is hoger dan het aantal tienergeboorten. Dit komt doordat een deel van de tienerzwangerschappen via abortus wordt afgebroken. In Zweden staan bijvoorbeeld tegenover iedere tienergeboorte vier abortussen. In Nederland is dat er gemiddeld anderhalf (WHO-HFA, 2011).

Zie ook: object_document_1Hoe vaak komt abortus voor?

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 3. Mother's age distribution.

Figuur 3: Trend voor EU-27 landen met het hoogste en laagste percentage geboorten bij moeders van 35 jaar en ouder, 1980-2009. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: WHO-HFA, 2011).

Trend voor EU-27 landen met het hoogste en laagste percentage geboorten bij moeders van 35 jaar en ouder, 1980-2009

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 3. Mother's age distribution.

Figuur 4: EU-27 landen met het hoogste en laagste aantal geboorten per 1.000 meisjes van 15 tot en met 19 jaar, 2010 (Bron: Eurostat, 2011, gegevens bewerkt door het RIVM).

EU-27 landen met het hoogste en laagste aantal geboorten per 1.000 meisjes van 15 tot en met 19 jaar in 2010

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Beets GCN.Nu een hoger kindertal kan evenwichtige leeftijdsopbouw verstoren. DEMOS 2008; 24(3): 2-4
  • Nimwegen N van.Een dubbele demografische uitdaging voor de EU. Demos, bulletin over bevolking en samenleving, 2008; 24(2): 5-8.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
NIDI
Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut
URL: http://www.nidi.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.