Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Geboorte
Heden, verleden en toekomst

Geboorte: Wat is de huidige situatie?

182.000 geboorten in 2010

In 2010 hebben in Nederland 182.000 vrouwen een kind ter wereld gebracht. Bij deze geboorten kregen de vrouwen meestal één kind. In 3.018 van de gevallen was er sprake van een meervoudige geboorte, dat is 16,6 per 1.000 geboorten. Daaronder was het aantal drie- of meerlinggeboorten zeer klein. In 2010 werden er in totaal 44 drie- of meerlingen geboren oftewel 0,2 per 1.000 geboorten. In 2010 kwamen in totaal in Nederland ruim 184.000 levendgeborenen ter wereld.

Ruim 0,5 procent van de kinderen sterft voor of kort na de geboorte

Een klein deel van de kinderen werd dood geboren of stierf in de eerste levensweek (perinatale sterfte). In 2009 stierven er 1.054 kinderen kort voor of na de geboorte bij een zwangerschapsduur van minimaal 24 weken. Uitgaande van een zwangerschapsduur van 28 weken of meer stierven er 905 kinderen voor of kort na de geboorte. Zie verder Sterfte rond de geboorte.

11,1 levendgeborenen per duizend inwoners

In 2010 was het bruto geboortecijfer in Nederland 11,1. Het bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen per 1.000 inwoners in een bepaald jaar, corrigeert het totale aantal levendgeborenen voor veranderingen in de bevolkingsomvang. Het bruto geboortecijfer corrigeert overigens niet voor veranderingen in de leeftijdsstructuur van de bevolking, iets wat het vruchtbaarheidscijfer (zie hieronder) wél doet.

Vrouw kreeg in 2010 gemiddeld 1,8 kinderen

In 2010 was het vruchtbaarheidscijfer 1,80. Het vruchtbaarheidscijfer staat voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt als de huidige vruchtbaarheidscijfers haar hele leven zouden gelden. Het vruchtbaarheidscijfer houdt rekening met zowel veranderingen in de bevolkingsomvang als met de leeftijdsstructuur van de bevolking.

Vrouw is gemiddeld 29,4 jaar bij geboorte eerste kind

Vrouwen in Nederland waren in 2010 gemiddeld 29,4 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Het betreft hier de gemiddelde leeftijd van de vrouw op 31 december van het jaar dat haar kind werd geboren. 4,3% van alle vrouwen die in 2010 een kind ter wereld brachten, was 40 jaar of ouder (8.000). Van deze groep vrouwen kreeg 25% (2.218) haar eerste kind (zie figuur 1). In 2009 zijn 2.636 kinderen geboren bij een moeder die jonger was dan 20 jaar (tienermoeders). Het betreft hier de exacte leeftijd van de moeder bij de geboorte van haar kind. Daarmee had in 2009 1 op de 70 pasgeborenen een tienermoeder (CBS StatLine, 2011).

Figuur 1: Leeftijd vrouw bij geboorte eerste kind, 2010 (Bron: CBS Bevolkingsstatistiek).

Leeftijd vrouw bij geboorte eerste kind, 2010

Mannen zijn drie jaar ouder bij geboorte van hun kind

Vergeleken met vrouwen, zijn mannen gemiddeld drie jaar ouder wanneer zij hun eerste kind of opnieuw een kind krijgen. Dit komt doordat mannen doorgaans ouder zijn dan hun partner (CBS, 2009h; Wobma & Van Huis, 2011) en tot op hogere leeftijd vruchtbaar blijven vergeleken met vrouwen. In 2010 waren mannen gemiddeld 32,4 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind (tegenover 29,4 bij vrouwen). Van de mannen die geboren zijn tussen 1960 en 1964 werd 60% pas vader na zijn 30ste en een op de zes was al 40-plusser bij de komst van een kind (Van Huis & Wobma, 2010).

Mannen vaker kinderloos, maar eenmaal vader hoger kindertal

De vruchtbaarheid van vrouwen en mannen verschilt van elkaar. Zo is de kinderloosheid onder mannen hoger dan onder vrouwen. Dit komt onder andere doordat mannen vaker geen partner hebben (Van Huis & Wobma, 2010). Áls mannen vader worden, is hun kindertal echter hoger dan onder vrouwen. De kans op een tweede, derde en vierde kind is hoger doordat mannen een langere vruchtbare periode hebben (Wobma & Van Huis, 2010).

Meeste kinderen geboren bij samenwonend paar

De meeste kinderen worden geboren bij een moeder die samenwoont met een partner. Van alle moeders die in 2009 een kind kregen, was 60% gehuwd samenwonend (dat is inclusief geregistreerd partnerschap), en 30% was ongehuwd samenwonend. Zeven procent van de vrouwen die in 2009 een kind kregen, woonde zonder partner (Van Huis & Loozen, 2010). De overige 3% betreft voornamelijk moeders zonder partner die nog bij hun ouders woonden of moeders waarvan de huishoudenspositie niet bekend was. In 2009 was het aandeel alleenstaande moeders het hoogst onder tienermoeders en moeders tussen 20 en 24 jaar oud. Vanaf 35-jarige leeftijd neemt dit aandeel ook toe met de leeftijd. (Van Huis & Loozen, 2010).

Zie ook:

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Relatie en gezin aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2009h.
  • Huis M van, Loozen S.Samenleefvorm van de moeder bij geboorte van het kind. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2010.
  • Huis M van, Wobma E.Mannen vaker kinderloos. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2010.
  • Wobma E, Huis M van.Cohortvruchtbaarheid van mannen. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2010.
  • Wobma E, Huis M van.Een op de zes vaders is 40-plusser bij de geboorte van zijn kind. Den Haag/ Heerlen: CBS, 2011.

Begrippen en afkortingen

Definities

Geboorte
Bevallingen met een zwangerschapsduur van 28 of meer weken, ongeacht de levensvatbaarheid van de kinderen.
Levendgeborene
Kinderen die na geboorte enig teken van leven hebben vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Perinatale sterfte
Het aantal doodgeborenen na een zwangerschapsduur van 22, 24 of 28 weken of meer en sterfte in de eerste levensweek. Deze sterftemaat wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen (de perinatale sterfte is de som van doodgeboorte en vroeg neonatale sterfte).
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.