Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Etniciteit
Relatie met volksgezondheid

Etniciteit en zorggebruik

Verschil in zorggebruik tussen allochtonen en autochtonen hangt af van zorgtype

Verschillen in het zorggebruik tussen allochtone en autochtone Nederlanders variëren sterk tussen het soort zorgvoorziening (zie tabel 1). Het aandeel mensen dat contact heeft met de huisarts ligt onder niet-westerse allochtonen hoger dan onder autochtone Nederlanders. Bovendien hebben allochtonen ook vaker contact met de huisarts (zie: Interne link naar documentHuisartsenzorg: Zijn er verschillen naar etniciteit?). Verder ligt het ziekenhuisbezoek hoger onder allochtonen dan onder autochtonen. Van sommige zorgvoorzieningen maken allochtonen juist minder gebruik. Het bezoek aan de tandarts, gebruik van fysiotherapie, thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuiszorg is iets minder onder enkele allochtone groepen (zie tabel 1).

Meeste huisartsenzorg en ziekenhuiszorg onder Turken

Het gebruik van zorgvoorzieningen varieert tussen herkomstgroepen. Van de vier grootste groepen niet-westerse allochtonen maken Turken het meest gebruik van huisartsenzorg en ziekenhuiszorg. Marokkanen gebruiken over het algemeen minder tandartszorg dan Turken, Antillianen en Surinamers. Ook ligt het medicijngebruik lager onder Marokkanen. Hiertegenover staat dat het gebruik van informele zorg juist het hoogst is onder Marokkanen.

Gegevens over zorggebruik allochtonen hebben kanttekeningen

Er zijn verschillende kanttekeningen te plaatsen bij de hier gebruikte gegevens voor het vergelijken van het zorggebruik van niet-westerse allochtonen en autochtonen. Gegevens over fysiotherapeutische zorg, thuiszorg en het gebruik van voorgeschreven en niet voorgeschreven medicijnen uit de Tweede Nationale Studie: patiëntenquête zijn al vrij oud, maar zijn de enige in Nederland beschikbare gegevens over deze typen zorggebruik door verschillende allochtone groepen. Er zijn ook gegevens uit de databron POLS, gezondheid en welzijn beschikbaar maar hierbij wordt alleen een onderscheid gemaakt tussen allochtonen en autochtonen (CBS, 2008d). Gegevens over het gebruik van tandzorg, informele zorg en verpleeg- en verzorgingshuiszorg zijn afkomstig uit het onderzoek Gezondheid en Welzijn Allochtone Ouderen (GWAO). Een nadeel van het onderzoek GWAO is dat het alleen gaat over de bevolking van 55 jaar en ouder.

Tabel 1: Zorggebruik van autochtone Nederlanders, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen (in percentages) (Bron: LINH, 2008; LMR, 2005; Tweede Nationale Studie: patiëntenquête, 2001-2002; GWAO, 2003 in Schellingerhout, 2004).

autoch-tonen

Turken

Marok-kanen

Suri-namers

Antil-lianen

Huisartsenzorg (minimaal 1 bezoek in het afgelopen jaar)

73,2

79,6

77,2

76,9

73,3

Ziekenhuiszorg (zowel klinische als dagopname, minimaal 1 bezoek in het afgelopen jaar)

16,0

19,7

17,3

17,4

18,3

Fysiotherapie (minimaal 1 bezoek in het afgelopen jaar)

16,4

13,9

12,6

20,2

11,4

Thuiszorg (zorg zonder verblijf) (afgelopen jaar)

7,3

7,6

6,8

6,4

9,2

Voorgeschreven medicijnen (afgelopen 2 weken)

47,2

38,4

35,9

52,4

41,1

Niet- voorgeschreven medicijnen (afgelopen 2 weken)

37,8

31,3

31,1

37,4

38,9

Tandarts (minimaal 1 bezoek in het afgelopen jaar)

53

52

42

61

59

Verpleeg- en verzorgingshuiszorg (zorg met verblijf) (afgelopen jaar)

5

1

0

5

1

Informele zorg

10

30

54

31

10

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Jaarrapport Integratie 2008. Den Haag/Heerlen: CBS, 2008d.
  • Schellingerhout R.Gezondheid en welzijn van allochtone ouderen. Den Haag: SCP, 2004.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.