Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bevolking

Bevolking samengevat

Nederland telt 16,7 miljoen inwoners in 2011

Op 1 januari 2011 telde Nederland 16,7 miljoen inwoners. De bevolking bestond voor een groot deel uit mensen met leeftijden tussen 38 en 64 jaar (39% van de bevolking). Deze mensen vormen voor het grootste deel de naoorlogse babyboom, geboren tussen 1946 en 1970. De verhouding tussen mannen en vrouwen in de gehele bevolking is vrijwel in evenwicht. Er bestaan echter wel verschillen tussen leeftijdsgroepen. Zo zijn er tweemaal zoveel vrouwen als mannen in de leeftijd van tachtig jaar of ouder.

Bevolking sinds 1900 meer dan verdrievoudigd

Sinds 1900 is de Nederlandse bevolking gegroeid van 5,1 naar 16,7 miljoen inwoners. Dit komt overeen met een gemiddelde bevolkingsgroei van 1,1% per jaar. Sinds de jaren tachtig fluctueert de groei echter rond een half procent. In de gehele periode was er geen enkel jaar waarin de bevolkingsomvang stagneerde of afnam.

Bevolkingsgroei wordt bepaald door vier factoren: geboorte, sterfte, emigratie en immigratie. De natuurlijke groei (het aantal geboorten minus sterfte) draagt nog altijd meer bij aan de bevolkingsgroei dan het migratiesaldo. Het laatste decennium echter fluctueert de bevolkingsgroei vooral doordat het aantal emigranten en immigranten schommelt. In 2010 lag de bevolkingsgroei met 0,49% iets lager dan in 2009 (0,54%). Dit kwam door minder geboorten, meer sterfgevallen en een hoger aantal emigranten in 2010.

Nederlandse bevolking groeit sneller dan gemiddeld in de EU

In 2010 was de bevolkingsgroei in Nederland met 0,5% hoger dan het EU-27 gemiddelde van 0,3%. De natuurlijke bevolkingsgroei is in Nederland hoger dan in veel andere Europese landen: het geboortecijfer in Nederland is iets boven het Europese gemiddelde en het sterftecijfer is iets eronder. Tussen 2003 en 2007 was de groei in Nederland juist lager dan het EU-27 gemiddelde als gevolg van een sterke daling van het migratiesaldo.

Bevolkingskrimp na 2040, in periferie eerder

Vanaf 2040 zal de bevolkingsgroei omslaan in krimp. De krimp is echter gering omdat het aantal sterfgevallen afneemt en het aantal geboorten weer stijgt als gevolg van eerdere geboortegolven. In sommige regio's aan de randen van Nederland is de afname al begonnen. Het gaat hierbij om Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving en Zuid-Limburg. Dit komt onder andere door vergrijzing en het vertrek van jongeren naar de grote steden voor werk of studie. Op provincieniveau laat de provincie Limburg sinds 2002 een afnemend aantal inwoners zien. Dit was in 2010 de enige provincie zonder bevolkingsgroei.

Aandeel ouderen zal sterk blijven toenemen

De bevolking wordt steeds ouder. Het aandeel 65-plussers, in 2011 nog 16%, zal flink blijven toenemen. De vergrijzingspiek valt rond 2040. Dan is 26% van de bevolking 65 jaar of ouder, waarvan een derde 80-plusser is. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd onder de ouderen, maar het verschil neemt in de toekomst af doordat het aantal oudere mannen naar verwachting sterker stijgt dan het aantal oudere vrouwen.

Beroepsbevolking zal afnemen door uitstroom ouderen

Tussen 2011 en 2040 zal de potentiële beroepsbevolking, de bevolking tussen 20 en 65 jaar, afnemen. Dit komt doordat vanaf 2011 de eerste babyboomers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, met als gevolg een sterke uitstroom van ouderen. De beroepsbevolking neemt af met 0,8 miljoen mensen. Als de pensioenleeftijd zou stijgen naar 66 jaar of 67 jaar, dan krimpt de beroepsbevolking tot 2040 met respectievelijk 0,6 en 0,4 miljoen in plaats van 0,8 miljoen mensen.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.