Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Arbeid
Heden, verleden en toekomst

Arbeid: Wat is de huidige situatie?

In 2010 heeft 67% van de 15- tot 65-jarigen betaald werk

In 2010 heeft 67% van de potentiële beroepsbevolking betaald werk van ten minste twaalf uur per week (netto arbeidsparticipatie). De potentiële beroepsbevolking bestond in 2010 uit ongeveer 11 miljoen mensen. Onder jongeren ligt de netto arbeidsparticipatie relatief laag (zie figuur 1) vanwege het grote aantal onderwijsvolgenden binnen deze groep. Ook bij de leeftijdscategorie boven de vijftig jaar neemt de netto arbeidsparticipatie sterk af. Deze terugval heeft zowel te maken met vervroegde uittreding als met afkeuringen. Bij mannen is de netto arbeidsparticipatie 74% en bij vrouwen 60%. Bij de vrouwen daalt na het dertigste jaar de netto arbeidsparticipatie, omdat een deel van hen ophoudt met betaald werk wanneer er kinderen komen (CBS, 2010h). Zie voor uitleg over de hier gebruikte begrippen: Interne link naar documentWat is arbeid?

In 2010 is 5,4% van de beroepsbevolking werkloos

In 2010 was 5,4% van de beroepsbevolking werkloos (CBS-statline, 2011). In 2010 heeft 71% van de potentiële beroepsbevolking betaald werk van ten minste 12 uur per week of is op zoek naar een baan (bruto arbeidsparticipatie). De beroepsbevolking bestond in 2010 uit ongeveer 7,8 miljoen mensen.

Werkloosheid onder 15- tot 25-jarigen het hoogst

In 2010 was 11,6% van de 15- tot 25-jarigen werkloos (CBS-statline, 2011b). De werkloosheid is traditioneel het hoogst onder 15- tot 25-jarigen, omdat zij veelal net nieuw op de arbeidsmarkt komen en niet direct passend werk kunnen vinden. Het zijn dan ook vooral de jongeren die te maken hebben met snel stijgende werkloosheidscijfers sinds 2008. Daar waar de werkloosheid van starters op de arbeidsmarkt altijd al aanzienlijk meer fluctueert dan het Nederlandse gemiddelde, is ook nu sprake van een verhevigde stijging van de werkloosheid. Juist voor jongeren is het lastig om op een krapper wordende arbeidsmarkt een baan te vinden. Omdat het voor bedrijven moeilijk is om werknemers te ontslaan loopt het aanbod aan nieuwe vacatures terug terwijl de concurrentie van ervaren krachten juist toeneemt.

Werkloosheid onder vrouwen hoger dan onder mannen

De werkloosheid onder vrouwen ligt op een hoger niveau dan onder mannen. In 2010 was het werkloosheidspercentage onder vrouwen 6,0% en onder mannen 5,0%. Opvallend is dat sinds 2008 de sekse-specifieke arbeidsmarktverschillen naar elkaar toe aan het groeien zijn. Dit betekent niet dat de arbeidsmarktpositie van mannen en vrouwen nu vergelijkbaar is. Zeker als het gaat om de hogere posities op de arbeidsmarkt is er een oververtegenwoordiging van het aantal mannen, vooral in het bedrijfsleven waar nog niet meer dan 10% van de topposities worden bekleed door vrouwen. In overheidsdienst is het aandeel vrouwen in topfuncties gegroeid naar boven de 25% (SCP & CBS, 2011).

Werkloosheid hoger onder niet-westerse allochtonen dan onder autochtonen

De toegankelijkheid tot de arbeidsmarkt verschilt tussen etnische herkomstgroepen. Vooral onder niet-westerse allochtonen ligt het percentage werklozen hoger. In 2010 was de werkloosheid onder autochtonen 4,5% en onder allochtonen 12,6% (CBS, 2011b). Er worden door werkgevers vier hoofdredenen aangedragen waarom allochtonen minder kans maken op een baan: tekortkomingen in CV en brief, een andere houding en presentatie, negatieve ervaringen op de werkvloer en stereotypen en voorkeuren van werkgevers (SCP, 2010a).

80% van de werkende bevolking werkt in vaste arbeidsrelatie

Een overgrote meerderheid van 80% van de werkzame beroepsbevolking heeft een vaste arbeidsrelatie bij een werkgever. Tegelijkertijd ligt het percentage zelfstandigen iets boven de 10%, terwijl het aandeel flexwerkers – zonder vast dienstverband – iets onder de 10% ligt (CBS-statline, 2011c).

Ongeveer 14,5% van werkende bevolking werkt in gezondheidszorg

Bijna 1,29 miljoen mensen werkten in 2007 in de gezondheidszorg. Dat is ongeveer 14,5% van de werkende beroepsbevolking. De meeste werkgelegenheid wordt gegenereert door de sectoren verpleging, verzorging en thuiszorg en door de ziekenhuiszorg. Samen zijn deze sectoren goed voor ongeveer 70% van de werkgelegenheid in de gezondheidszorg en rond de 10% van de totale werkgelegenheid in Nederland (Post et al., 2010). Zie ook: Maatschappelijke baten van preventie en zorg.

Driekwart van de vrouwen in Nederland werkt in deeltijd

Vrouwen zijn meer in deeltijd werkzaam dan mannen (zie figuur 1). Driekwart van de vrouwen in Nederland werkt in deeltijd, tegenover iets meer dan 20% van de mannen. Van de vrouwen ouder dan 35 jaar heeft ongeveer 25% een voltijdbaan.

Beroepsniveau van niet-westerse allochtonen aanzienlijk lager dan gemiddeld

In 2010 was 32% van de werkzame beroepsbevolking werkzaam in hogere of wetenschappelijke beroepen, 37% in middelbare beroepen en 30% in elementaire en lagere beroepen (meer informatie over beroepsniveau staat bij: Wat is arbeid?). Onder niet-westerse allochtonen is deze laatste categorie aanzienlijk groter, namelijk 46%. Het lagere beroepsniveau van niet-westerse allochtonen komt vooral door het gemiddeld lagere opleidingsniveau van niet-westerse allochtonen. Het is echter niet de enige verklaring. Ook met een vergelijkbare opleiding hebben niet-westerse allochtonen gemiddeld een lager beroepsniveau (Langenberg & Lautenbach, 2007).

Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpScholing en opleiding.

Figuur 1: Netto arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht, 2010 (Bron: CBS-statline, 2011d).

Netto arbeidsparticipatie naar leeftijd en geslacht, 2009

Figuur 2: Beroespniveau van autochtonen en niet-westerse allochtonen, 2010.

Beroepsniveau: autochtonen en niet-westerse allochtonen

Zie voor informatie over arbeidsomstandigheden: Interne link naar documentWat zijn arbeidsomstandigheden en hoe worden deze gemeten?

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bruto arbeidsparticipatie
bruto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de potentiële beroepsbevolking (alle personen tussen de 15 en 65 jaar) dat tot de beroepsbevolking behoort, en dus een betaalde baan van ten minste 12 uur per week heeft of deze zoekt. Hierin worden werklozen meegeteld.
Potentiële beroepsbevolking
Potentiële beroepsbevolking
Het deel van de bevolking dat gelet op zijn leeftijd in aanmerking komt voor deelname aan het arbeidsproces. Meestal hiertoe de bevolking van 15 tot 65 jaar gerekend.

Definities

Beroepsbevolking
Tot de beroepsbevolking worden gerekend: personen (15-65 jaar) die: - ten minste 12 uur per week werken, of - werk hebben aanvaard waardoor ze ten minste 12 uur per week gaan werken, of - verklaren ten minste 12 uur per week te willen werken, daarvoor beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor ten minste 12 uur per week te vinden.
netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de potentiële beroepsbevolking (bevolking van 15-65 jaar) dat een betaalde baan heeft. Werklozen worden hierin dus niet meegeteld.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.