Archief Uitgelicht 2009

Minder ziekenhuisopnamen voor personen met diabetes

3 november 2009

Het aantal ziekenhuisopnamen vanwege diabetes is in de periode 1995-2005 gedaald, terwijl het aantal personen met diabetes mellitus juist sterk is gestegen. Op 1 januari 2007 waren er 668.000 personen met diabetes bij de huisarts bekend. Op 1 januari 1994 waren dit er 268.000. Het aantal ziekenhuisopnamen vanwege diabetes is met bijna een kwart afgenomen.

De kans dat iemand met diabetes vanwege diabetes in het ziekenhuis wordt opgenomen is daarmee veel lager dan vijftien jaar geleden. Overigens is een zelfde dalende trend zichtbaar voor ziekenhuisopnamen van ziekten die samen kunnen hangen met diabetes. Zo is bijvoorbeeld het aantal opnamen als gevolg van een hartaanval eveneens sterk teruggelopen.

Lees verder:

Nationaal Kompas Volksgezondheid

kompasWelke zorg gebruiken diabetespatiënten en wat zijn de kosten?

Zie voor meer informatie:

Nationaal Kompas Volksgezondheid

kompasDiabetes Mellitus

kompasPreventie van diabetes mellitus

kompasCoronaire hartziekten (actualisatie in 2010)

kompasZiekenhuis- en medisch-specialistische zorg

Nationale Atlas Volksgezondheid

atlasDiabetes mellitus

Overige bronnen

urlDiabetes tot 2025. Preventie en zorg in samenhang (RIVM-rapport)


Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma in meeste gemeenten voldoende hoog

5 oktober 2009

In de meeste gemeenten ontvangt ruim 90% van de kinderen vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma. Bij kinderen tot twee jaar ligt dit percentage boven de 95%. Dit is ruim boven de ondergrens van 90% (voor BMR is de WHO-grens 95%) die nodig is om mogelijke verspreiding van infectieziekten waartegen gevaccineerd wordt tegen te gaan. In een aantal gemeenten wordt deze ondergrens overigens niet gehaald. Deze gemeenten zijn vooral te vinden in de zogenaamde ‘Bible-belt’. Dit is een gebied dat zich uitstrekt van de Zeeuwse eilanden via het Zuid-Hollandse en Utrechtse platteland naar de Noord-Veluwe en de kop van Overijssel.

Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is een preventieprogramma dat sinds 1957 door de overheid wordt aangeboden. De ziekten waartegen gevaccineerd wordt zijn: difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP), ziekte veroorzaakt door Haemophilus influenzae type b (Hib), bof, mazelen en rodehond (BMR), ziekte veroorzaakt door meningokokken C (MenC), hepatitis B (HepB) en pneumokokkenziekte (Pneu). Hepatitis B-vaccinatie is bedoeld voor kinderen waarvan één van de ouders afkomstig is uit een land waar veel hepatitis B voorkomt of waarvan de moeder drager is van het hepatitis B-virus. Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV-vaccinatie) bij meisjes van 12 jaar wordt vanaf 2010 opgenomen in het RVP.

Lees verder:

Nationale Atlas Volksgezondheid

atlasVaccinatiepercentages van het Rijksvaccinatieprogramma per gemeente

atlasInfectieziekten in het Rijksvaccinatieprogramma

Naar boven


Nieuwe Influenza A (H1N1) in kaart gebracht

14 juli 2009

De Nationale Atlas Volksgezondheid brengt voorlopig wekelijks de Nieuwe Influenza A (H1N1) in kaart in Nederland. In deze kaart is te zien waar en hoeveel gevallen van deze griep in Nederland zijn vastgesteld. Ook wordt aangegeven of de mensen met griep in Nederland zijn besmet of elders.

Nieuwe Influenza A (H1N1) is een griepvirus dat anders is dan al eerder bekende menselijke griepvirussen. Het virus bevat delen van varkens-, vogel- en menselijke griepvirussen. Het virus is in staat om zich van mens op mens te verspreiden. De eerste humane infecties met de Nieuwe Influenza A (H1N1) werden in april 2009 gediagnosticeerd in de Verenigde Staten en Mexico. Op 11 juni verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak van de Nieuwe Influenza A tot een pandemie.

Lees verder:

Nationale Atlas Volksgezondheid

atlasNieuwe Influenza A (H1N1) in Nederland

Zie voor meer informatie:

Nationaal Kompas Volksgezondheid

kompasGrieppandemie en preventie

kompasInfluenza

Overige bronnen

urlRIVM, Centrum Infectieziektenbestrijding: Nieuwe Influenza A (H1N1)


Bevorderen van functioneren bij ouderen

19 mei 2009

Bij ouderen komen naast ziekten en aandoeningen ook vaak beperkingen in het functioneren voor. Daarom is bij preventie gericht op ouderen niet alleen het voorkómen van ziekten van belang maar ook het bevorderen van het functioneren. Het gaat er daarbij om om ouderen in staat te stellen een zelfstandig leven van goede kwaliteit te (blijven) leiden en aan de samenleving te blijven deelnemen. Dit laatste wordt ook wel ‘succesvol ouder worden’ genoemd.

Beperkingen in het lichamelijk functioneren nemen sterk toe met de leeftijd. Van de 16-24-jarigen heeft 1% beperkingen in de mobiliteit, in de leeftijdsklasse van 75 jaar en ouder is dat bijna 40%. Van de ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen heeft meer dan de helft een ernstige beperking in horen, zien, mobiliteit en/of activiteiten van het dagelijks leven.

Er is veel meer bekend over de determinanten die tot functiebeperkingen leiden dan over mogelijkheden voor preventie van die beperkingen. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een eind april verschenen rapport over preventie bij ouderen. Voorbeelden van determinanten van beperkingen zijn ziekte (vooral ernstige rugklachten, artrose en gewrichtsontsteking), erfelijke factoren, lichamelijke activiteit, psychologische factoren en omgevingsfactoren.

Lees verder:

kompasWat wordt er met preventie gericht op ouderen beoogd?

kompasWelke factoren beïnvloeden de effectiviteit?


Sterfte het laagst in westelijke regio’s van Nederland

23 april 2009

In de periode 2003-2006 was de sterfte het laagst in regio's in het westen van Nederland. In de regio's Twente en Zuid-Limburg was de sterfte relatief hoog. Ook in de vier grote steden was dit het geval.

Wat de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland betreft: de sterfte aan de ziekten van het hartvaatstelsel was het hoogst in Zuid-Limburg en Twente; de sterfte aan kanker was het hoogst in de regio’s Groningen en Nijmegen.

Zowel de sterfte aan hart- en vaatziekten als de sterfte aan kanker is in de periode 1980-2007 gedaald. Door een grotere daling van de sterfte aan hart- en vaatziekten is het aandeel sterfte aan kanker in de totale sterfte toegenomen. In 2007 overleden voor het eerst meer mensen aan kanker dan aan hart- en vaatziekten. Voor mannen is dit al een aantal jaren het geval. Voor vrouwen waren hart- en vaatziekten in 2007 nog steeds de meest voorkomende doodsoorzaak. De leeftijd waarop de meeste personen overleden was 84 jaar.

Lees verder:

atlasTotale sterfte per GGD-regio 2003-2006

atlasSterfte aan ziekten van het hartvaatstelsel per GGD-regio 2003-2006

atlasSterfte aan kanker per GGD-regio 2003-2006

Zie voor meer informatie:

Nationaal Kompas Volksgezondheid

kompasKanker

kompasHart- en vaatziekten

Nationale Atlas Volksgezondheid

atlasSterfte naar doodsoorzaken

atlasTotale sterfte


De sterfte rond de geboorte is in 2007 opnieuw gedaald

12 maart 2009

Sinds de jaren vijftig daalt de sterfte rond de geboorte. Deze trend is zowel bij de doodgeboorte als bij de sterfte in de eerste week na de geboorte zichtbaar. In andere Europese landen is de perinatale sterfte echter sterker gedaald. Nederland heeft hierdoor een relatief hoge sterfte in vergelijking met andere landen in de Europese Unie.

In 2007 was er in Nederland zowel een daling van doodgeboorte (vanaf 24 en 28 weken), als een daling van de sterfte in de eerste week (vroeg-neonatale sterfte), in de eerste maand (neonatale sterfte) en in het eerste levensjaar (zuigelingensterfte).

De daling van de sterfte aan wiegendood gaat – na een sterke daling eind jaren tachtig – gestaag door.

Tot de jaren zeventig is de moedersterfte gedaald. Sindsdien is de moedersterfte stabiel schommelend.

Lees verder:

kompasHoe hoog is de sterfte rond de geboorte in Nederland?

kompasNeemt de sterfte rond de geboorte toe of af?


begrippen boekje Begrippen
Afbeelding van een definitieboekje

Begrippen

Popup afsluiten

Afkortingen

WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 3.22, 24 juni 2010
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.

Afdrukken