Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Archief Uitgelicht 2007 en 2008

Leefstijl in de lift?

10 oktober 2008

De helft van de Nederlandse bevolking vindt een goede gezondheid het allerbelangrijkste in zijn leven. Toch heeft een groot deel van de bevolking ongezonde leefgewoonten. Het Nationaal Kompas Volksgezondheid laat onder andere zien dat mensen met een lage opleiding ongezonder leven dan mensen met een hoge opleiding. Ook onder jongeren is dit verschil te zien. Ongezonde leefstijlfactoren en psychische problemen komen vaker voor onder vmbo- dan onder vwo-leerlingen.

Maar er zijn ook positieve ontwikkelingen. Het aantal rokers is gedaald en het condoomgebruik onder jongeren is toegenomen. Verder is het percentage mensen van twaalf jaar en ouder dat voldoet aan de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen in de periode 2001-2007 licht toegenomen.

Er zijn gezondheidsbevorderende interventies en maatregelen waarvan is aangetoond dat ze leiden tot gezond gedrag. Voorbeelden hiervan zijn posters bij de lift of de trap om mensen te stimuleren de trap te nemen, stopadviezen van huisartsen om mensen van het roken af te helpen en de accijnsverhoging op alcohol. Nog altijd is echter slechts bij een beperkt aantal interventies de effectiviteit aangetoond.

Andere aanpak van onderzoek naar gezondheidsbevordering

Verder onderzoek naar de effectiviteit van interventies is nodig. Jantine Schuit van het RIVM geeft tijdens de aanvaarding van haar bijzonder hoogleraarschap op 10 oktober 2008 aan de Vrije Universiteit van Amsterdam echter aan dat kennis over de effectiviteit niet voldoende is voor degenen die zich beleidsmatig en in de praktijk met gezondheidsbevordering bezighouden. Ook is het nodig om te weten of de kosten in verhouding staan tot de baten. En wat de kritische succesfactoren zijn om te garanderen dat een effectieve interventie op de ene locatie ook elders effectief is. Daarnaast wordt wetenschappelijke kennis die wel beschikbaar is, nog weinig toegepast in het beleid en de praktijk.

Daarom pleit Jantine Schuit voor meer onderzoek naar de doelmatigheid en kritische succesfactoren van gezondheidsbevordering en voor meer interactie tussen onderzoekers en mensen uit het beleid en de praktijk. Het onderzoek naar gezondheidsbevordering moet meer vraaggestuurd worden en de kennis meer toegankelijk.


Minstens 700.000 ziekte- en 80 sterfgevallen door besmet voedsel

11 juli 2008

Jaarlijks veroorzaken ziekteverwekkers in voedsel minstens 700.000 ziekte- en 80 sterfgevallen. De ziektegevallen betreffen meestal infecties aan het maagdarmkanaal (gastro-enteritis). Het aantal ziektegevallen als gevolg van besmet voedsel ligt waarschijnlijk hoger, want van de jaarlijks in totaal bijna 5 miljoen gevallen van gastro-enteritis is bij slechts 1,7 miljoen gevallen de oorzaak bekend.

Ziekteverwekkende micro-organismen kunnen op veel verschillende plaatsen in de keten van de voedselbereiding in voedsel terechtkomen. Met het terugdringen van deze ziekteverwekkers kan nog veel gezondheidswinst behaald worden. Bij voorkeur vindt deze bestrijding in een zo vroeg mogelijk stadium plaats (in veehouderij en tuin- en landbouw). Dit is niet altijd mogelijk. Daarom is het nodig om verderop in de keten bij de verwerking, distributie en consument aanvullende maatregelen te nemen. Om de consument bewust te laten worden van een goede hygiëne rond de bereiding van voedsel is in 2008 de landelijke campagne 'Wat je moet weten, om veilig te eten!' gestart.

Zie voor meer informatie:

Nationaal Kompas Volksgezondheid

kompasMicrobiologische ziekteverwekkers in voedsel

kompasPreventie gericht op voedselveiligheid

Nationale Atlas Volksgezondheid

atlasSalmonellabesmettingen

Overige bronnen:

urlRIVM campagne ‘Wat je moet weten, om veilig te eten!’


Veel vragen over reumacijfers

10 maart 2008

In aanloop naar de reuma collecteweek kreeg het Nationaal Kompas Volksgezondheid veel vragen van het publiek en professionals. Opvallend is dat deze vragen vooral gingen over cijfers. Een veelgehoorde vraag was: “hoe kan het dat in het televisiespotje van het Reumafonds wordt gesproken over 2,3 miljoen mensen met reuma, terwijl het er in het Nationaal Kompas slechts 150.000 zijn?”

Deze verschillen zijn groot, maar verklaarbaar. Ze worden veroorzaakt door verschillen in definitie en in onderzoeksopzet. Om verwarring te voorkomen zetten we de belangrijkste reumacijfers en hun bronnen hieronder op een rij.

2,3 miljoen mensen met reumatische klachten

Dit aantal, dat ook wordt genoemd in de televisiespotjes van het Reumafonds, is gebaseerd op een enquête van TNO en het Reumafonds uit 2006 waarin mensen is gevraagd of ze het afgelopen jaar last hebben gehad van hun gewrichten.

1,5 miljoen mensen met gewrichtsslijtage (artrose)

Dit aantal is gebaseerd op een jaarlijkse gezondheidsenquête van het CBS (POLS) waarin mensen in 2006 is gevraagd of ze het afgelopen jaar last hebben gehad van gewrichtsslijtage (artrose) aan heupen of knieën.

700 duizend mensen met gewrichtsslijtage bij de huisarts bekend

Op basis van cijfers uit huisartsenregistraties in 2003 werd door het RIVM geschat dat er een kleine 700.000 mensen met gewrichtsslijtage (artrose) bekend zijn bij de huisarts.

Ruim 150 duizend mensen met reumatoïde artritis bij de huisarts bekend

In 2003 waren naar schatting ruim 150.000 patiënten met de ziekte reumatoïde artritis (RA) – in de volksmond ook wel reuma genoemd – bekend bij de huisarts. In werkelijkheid ligt het aantal RA-patiënten waarschijnlijk hoger, omdat een onbekend aantal patiënten niet door de huisarts wordt behandeld. Dit staat vermeld in het Nationaal Kompas Volksgezondheid.

Naar boven


Grote regionale verschillen in geneesmiddelengebruik

14 februari 2008

Medicijngebruik in Zuid-Limburg het hoogst

Het geneesmiddelengebruik verschilt sterk per regio. In de regio Zuid-Limburg is het aantal standaarddagdoseringen (ddd) per 1.000 inwoners per dag het hoogst (ruim 13% boven het landelijk gemiddelde). In ’t Gooi ligt het aantal doseringen ruim 10% onder het landelijk gemiddelde.

Cholesterolverlagers grootste groeier

Het totale geneesmiddelengebruik is in de periode 2001-2006 met 21,9% toegenomen. Een van de grootste groeiers zijn de cholesterolverlagers. Het gemiddelde aantal ddd’s per 1.000 inwoners per dag steeg van 57,2 in 2001 naar 109,1 in 2006, een stijging van meer dan 90%.

Ook hier zijn de regionale verschillen groot. Zo nam het gebruik van cholesterolverlagers in de regio Midden-Brabant met meer dan 200% toe, terwijl de regio Amsterdam de minste toename kende (44%).

Naar boven


Meer ouderen zoeken hulp vanwege alcohol

13 december 2007

Het aantal ouderen dat hulp zoekt vanwege veel drinken is de afgelopen jaren fors gestegen. Onder jongere leeftijdsgroepen was er ook een stijging, maar een veel kleinere. Sinds 1996 is het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag bij de ambulante verslavingszorg namelijk met ruim 90% gestegen. Daarentegen was bij de cliënten onder de 55 jaar de stijging 39%. Het aandeel vrouwen was groter bij hulpvragers van 55 jaar en ouder (32%) dan bij de hulpvragers onder de 55 jaar (24%).

Niet duidelijk of alcoholafhankelijkheid toeneemt

Het is niet duidelijk of de enorme stijging in hulpvraag bij 55-plussers veroorzaakt wordt door meer alcoholafhankelijkheid bij die leeftijdsgroep. Een toe- of afname in alcoholafhankelijkheid is namelijk niet onderzocht. Alcoholgebruik zelf is redelijk stabiel. Ongeveer één op de tien Nederlanders tussen 16-69 jaar voldeed in 2004 aan de criteria voor probleemdrinken (combinatie van drinken boven een bepaalde drempelwaarde en problemen ondervinden van gebruik). Ook aan de criteria voor zwaar drinken (minstens 1 dag per week 6 glazen of meer) voldoet ongeveer één op de tien Nederlanders. Er zijn wel onderliggende trends, zoals in drankvoorkeur en in drinken onder jonge tieners.

Stijging van jongeren in ziekenhuis met alcoholgerelateerde aandoeningen

Een andere opvallende stijging de afgelopen jaren is het aantal kinderen dat met een alcoholgerelateerde aandoening in het ziekenhuis is opgenomen. Het gaat om kinderen van 16 jaar of jonger. De stijging was onder meisjes het sterkst: tussen 2001 en 2005 een stijging van 117%. Bij jongeren zijn er wel duidelijke aanwijzingen dat ook het alcoholgebruik is toegenomen.

Naar boven


Aantal ambulanceritten stijgt jaarlijks met 3 procent

8 november 2007

Het aantal ambulanceritten is tussen 2001 en 2006 met gemiddeld 3% per jaar gestegen. De groei van het aantal spoedritten (A1- en A2-urgentie) was met gemiddeld 3,4% per jaar iets hoger dan het aantal ritten besteld (B-) vervoer (2,3%).

Deze toename wordt slechts ten dele verklaard door de groei van de omvang en samenstelling van de bevolking. De totale populatie groeide in de periode 2001-2006 met gemiddeld 0,4% per jaar, het aantal 65-plussers, die de helft van de ambulancezorg gebruiken, met 1,4% per jaar. Het aantal ambulanceritten nam ook toe doordat mensen voor meer incidenten de ambulance bellen.

Naar boven


Nederlander houdt langer eigen tanden en kiezen

22 oktober 2007

De vraag naar mondzorg zal de komende jaren toenemen doordat Nederlanders tot op hogere leeftijd hun eigen tanden en kiezen behouden. Ook vinden mensen het steeds belangrijker om een verzorgd en gezond gebit te hebben.

Vanaf 1 januari 2008 worden tandheelkundige kosten vergoed voor de jeugd tot en met 21 jaar. Met een tandheelkundig gezonde en gemotiveerde jeugd kan de basis worden gelegd voor een goede mondgezondheid op latere leeftijd. Jong geleerd is dus oud gedaan.

Door de toenemende onderlinge samenwerking in de mondzorg (tandarts, tandartsspecialist, mondhygiënist, preventieassistent en tandprotheticus) zal de rol van de tandarts veranderen. De vijfjarige opleiding tot tandarts wordt dan ook omgevormd naar een zesjarige opleiding tot mondarts.

Nederland heeft met 65 tandartsen per 100.000 inwoners relatief weinig tandartsen vergeleken met andere EU-landen. Zweden is koploper met 159 tandartsen per 100.000 inwoners. Ons land heeft opvallend weinig vrouwelijke tandartsen. Slechts 20% is vrouw en daarmee scoort Nederland het laagst binnen de EU. Aangezien de meerderheid van de huidige tandheelkundestudenten in Nederland vrouw is, zal dit lage percentage in de toekomst stijgen.

In Kompas en Atlas is nu geïntegreerde informatie te vinden over preventie, zorg en voorkomen van gebitsafwijkingen en over regionale verschillen in aanbod en gebruik van zorg.

Naar boven


Eetstoornissen op steeds jongere leeftijd

8 oktober 2007

Het aantal jonge nieuwe patiënten met de eetstoornissen anorexia en boulimia nervosa is in Nederland de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld. Ook in de gespecialiseerde behandelcentra voor eetstoornissen worden steeds vaker meisjes van 12 jaar en jonger behandeld. Er lijkt sprake van een verschuiving: het totale aantal eetstoornispatiënten is niet gestegen.

Tieners krijgen op steeds jongere leeftijd anorexia nervosa. Daarnaast is de vroegdiagnostiek van anorexia nervosa verbeterd: anorexia nervosa wordt tegenwoordig eerder herkend. Ook zijn de behandelingsfaciliteiten verbeterd en preventieprogramma’s op school ingevoerd, waardoor meisjes wellicht eerder hulp zoeken.

Het totale aantal patiënten met anorexia nervosa, in alle leeftijdscategorieën, is sinds 1980 stabiel. Het verloop van het aantal patiënten met boulimia nervosa in Nederland is niet helemaal duidelijk; de onderzoeken spreken elkaar enigszins tegen. Inmiddels zijn er steeds meer aanwijzingen dat boulimia nervosa na een hoogtepunt in de jaren tachtig is afgenomen in de jaren negentig.

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat tussen 1985 en 1999 de incidentie (=nieuwe diagnoses) van anorexia nervosa bij meisjes tussen 15-19 jaar ging van 56 naar 109 per 100.000, terwijl de incidentie in de oudere leeftijdsgroep 20-34 jaar daalde. Voor boulimia nervosa verschoof de leeftijdsgroep met het hoogste risico van 25-29 jaar naar 15-24 jaar.

Zie voor meer informatie:

kompasEetstoornissen

kompasNeemt het aantal mensen met eetstoornissen toe of af?

Op woensdag 10 oktober 2007 is de Landelijke Dag Psychische Gezondheid. Dit jaar staat het thema eetstoornissen centraal, zie:

urlWebsite Gevangen in gewicht

Naar boven


Overgewicht groeiend probleem

5 juli 2007

In Nederland neemt het aandeel volwassenen dat te zwaar is in gestaag tempo toe; de afgelopen kwart eeuw steeg het aantal mensen met overgewicht van eenderde tot bijna de helft van de bevolking. Het percentage mensen met ernstig overgewicht (obesitas) is sinds 1981 zelfs verdubbeld. Ongeveer 1 op de 10 volwassenen had in 2006 ernstig overgewicht (obesitas). Naast de stijging bij volwassenen is ook het percentage kinderen met overgewicht gestegen. Ruim 15% van de kinderen was in 2002-2004 te dik.

(Ernstig) overgewicht hangt samen met tal van chronische aandoeningen en veroorzaakt bijna 10% van de ziektelast in Nederland. Preventie van overgewicht is dan ook één van de speerpunten van preventiebeleid. De overheid heeft als doelstelling voor 2007-2010:

  • Het percentage volwassenen moet minimaal gelijk blijven en dus niet verder stijgen.
  • Het percentage kinderen met overgewicht moet dalen.

Er is op dit moment een versnipperd aanbod aan preventieactiviteiten die gericht zijn op gezonde voeding, beweging of een combinatie hiervan. Van deze activiteiten is nog weinig bekend over de effecten, omdat deze vaak niet worden geëvalueerd. Om overgewicht tegen te gaan zou overgewichtbeleid niet alleen volksgezondheidsbeleid moeten zijn, maar zich moeten uitstrekken over verschillende sectoren (bijv. ruimtelijke ordening en onderwijs).

Naar boven

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.